Boekgegevens
Titel: Alwin en Theodoor: of Geschenk van eenen vader aan zijne kinderen
Auteur: Jacobs, Christian Friedrich Wilhelm; Meurs, Jacobus van; Veelwaard, D.
Uitgave: Amsterdam: Ten Brink & De Vries, 1822
Tweede verm. dr
Opmerking: Oorspr. titel: Allwin und Theodor
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1922 H 24
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204232
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm), Verhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Alwin en Theodoor: of Geschenk van eenen vader aan zijne kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
i58 HET AV0NTUT3R.
yeilig was. Hij kende ook de lafliarliglieid van deze land-
loopers; en dat zij niet ligt iels ondernamen, -waartoe moed
vereischt werd. Hij beval dus zijnen zonen, op een drief-
ten toon, de uilnoodiging van dezen man te volgen, en
hij zelf ging terstond , zonder eenige verlegenheid te
laten blijken, met zijnen zwartbruinen leidsman en de
vrouw , die hem vergezelde.
Nadat zij een* korten tijd opwaarts gegaan waren zagen
zij in de diepte van het woud , dat rondom door bergen
omringd wasj eenige vuren, die felbrandeden, en hoorden
reeds van verre een rumoer van verwarde menschelijke
stemmen, en ontdekten eenige gedaanten, die als scliadu-
wen rondom het vuur zweefden.' «Hier zijn onze lieden
vergaderd," zeide de heiden, «zij zijn reeds braaf vrolijk,
en wij zullen ons moeten haasten als wij aan hunnen maal-
tijd deel willen nemen."
De heer O... had onder weg steeds zoo welgemoed en
onbevreesd met zijne geleiders gesproken en geschertst, dat
ook de moed en het vertrouwen zijner kinderen was toe-
genomen. Maar toen zij het vuur zagen en het verward
geJruisch hoorden werd hun hart met vrees vervuld. Zij
grepen de handen van hunnen vader, beklommen bevend den
berg, en hielden hunne oogen onbewegelijk op het zonder-
ling tooneel gevestigd, dat zich gedurig meer ontwikkelde
en steeds vreesverwekkender werd. Zoo bereikten zij ein*
delijk de weide, waarop het zorgelooze volk zijne wande-
lende woningen had opgeslagen.
De troep bestond uit ruim twintig voUvassene personen,
mannen en vrouwen. Somuiigen zaten op hunne hurken
bij het vuur en rookten; anderen, vooral de vrouwen , wa-
ren bezig om de spijzen te bereiden, Allen waren eveii
zwart