Boekgegevens
Titel: Alwin en Theodoor: of Geschenk van eenen vader aan zijne kinderen
Auteur: Jacobs, Christian Friedrich Wilhelm; Meurs, Jacobus van; Veelwaard, D.
Uitgave: Amsterdam: Ten Brink & De Vries, 1822
Tweede verm. dr
Opmerking: Oorspr. titel: Allwin und Theodor
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1922 H 24
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204232
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm), Verhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Alwin en Theodoor: of Geschenk van eenen vader aan zijne kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
HET AVONTUUR, iS;
"waut het denkbeeld van een' nacht onder den blooten ho-
me! in een bosch door Ie brengen, was voor hen meer
bekoorlijk, dan wel vreesselijk. Hun vader echter zou
gaarne gewild hebben , dat hij een ander middel gekend
had, om hem uit deze verlegenheid te redden. Hij vraagde
dus: Zou het niet mogelijk zijn, dat wij, als wij terug-
keerden, vroeger en met minder gevaar een nachtkwartier
bereikten ? Maar de vreemdeling antwoordde; «dit pad
hrengt u in geen dorp, en de plaats waar heen het leidt zou
u ligt mistrouwen kunnen inboezemen. Niet ver van hier
is het verblijf van het volk, waartoe ik behoor, en ik
haast mij , om eene kleine bijdrage te leveren tot het
feest, dat wij heden ter eere van onzen hoofdman vieren
willen (hier vertoonde hij eene gans). AVilt gij met uwe
kinderen deel nemen aan dit feest, dan verzoek ik u met
vermaak, en ik geef u mijn woord van eer, dat gij, alj
mijn gast, door het geheele gezelschap op het vriendelijkst
zult ontvangen worden. Bij ons kunt gij den nacht, die
u hier in de open lucht tcch mogelijk te koel zou zijn ,
hij een goed vuur en onder een dak, zoo goed als wij het
hebben, en op een droog warm leger gemakkelijker door-
brengen , dan hier op den vochtigen grond cn onder de
hoomen."
De kinderen hoorden dit voorstel niet zonder vrees.
Hun ne verbeelding schilderde huu eene bende roovers,
met hunnen hoofdman eu al die verschrikkingen, dieweer-
looze reizigers in zulk een gezelschap plagten te dreigen.
Nadat huu vader zich een oogenblik bedacht had, nam
hij het voorstel aan. Hij wist, dat dit volk de wetten
der gastvrijheid eerde, en dat hij, wien zij eens onder
hunne bescherming hadden genomen, bij hen volkomen
vei^