Boekgegevens
Titel: Alwin en Theodoor: of Geschenk van eenen vader aan zijne kinderen
Auteur: Jacobs, Christian Friedrich Wilhelm; Meurs, Jacobus van; Veelwaard, D.
Uitgave: Amsterdam: Ten Brink & De Vries, 1822
Tweede verm. dr
Opmerking: Oorspr. titel: Allwin und Theodor
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1922 H 24
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204232
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm), Verhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Alwin en Theodoor: of Geschenk van eenen vader aan zijne kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
x56 HET AVONTUUR.
gloeijeii, en tnsschen hare donker roode lippen schitterden
sneeuwwitte tanden. De heer O... vraagde haar, hoe
ver zij nog af waren van het naaste dorp, en toen zij ant-
woorden wilde kwam er juist een man aan vau dezelfde
gedaante en kleur. Eene sabel hing over zijne schoude-
ren aan een' bandelier, zijn hals was bloot, eene bonto
muts, uit verscheidene vellen zamengelapt, bedekte zijn
hoofd , en een breede gordel zat om zijnen langen groe-
nen rok, die uit betere handen in de zijnen scheen geko-
men te zijn. «Gij zijt verdwaald, zeide de man, want
herwaarts komen anders geene reizigers. De naastbijgele-
gene plaats is nog ver af, gij zoudt eerst om middernacht
daar kunnen komen, of liever, gij zoudt die waarschijn-
lijk niet bereiken j want dit pad loopt langs zulke steile
afgronden en is op verscheidene plaatsen zoo smal, dat
mtfu zelfs op klaren dag gevaar loopt, om , bij den min-
sten misstap, in een' diepen afgrond neder te storten."
De heer O... had terstond bespeurd, dat deze menschen
behoorden tot die soort van lieden , die men heideus noem-
de. Hij was in groote verlegenheid. De woorden van den
man konden waar zijn, zij liaddeu ten minste te veel
waarschijnlijkheid om zich blindeliugs in den nacht aan
een gevaar bloot te stellen , waarbij men niet eens op
eene mogelijke hulp rekenen kon.
«Ik zou u wel vergezellen, ging de man voort, als de
omstandigheden niet zoo waren, als ik u gezegd heb.
Maar voor geen geld wilde ik in het donker dit gevaar-
lijk pad bewandelen. Ik rade u dus, om hier in het
bosch, zoo goed gij kunt, te overnachlen."
De heer O-., bedacht zich eeu oogenblik. Zijne kin-
deren verwachteden den uitslag met vrees eji blijdschap ,
WüUt