Boekgegevens
Titel: Alwin en Theodoor: of Geschenk van eenen vader aan zijne kinderen
Auteur: Jacobs, Christian Friedrich Wilhelm; Meurs, Jacobus van; Veelwaard, D.
Uitgave: Amsterdam: Ten Brink & De Vries, 1822
Tweede verm. dr
Opmerking: Oorspr. titel: Allwin und Theodor
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1922 H 24
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204232
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm), Verhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Alwin en Theodoor: of Geschenk van eenen vader aan zijne kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
HKT AVONTrtlR. i53
stammen "kwamen uit alle spleten te voorscljijn cn nüscliten
op (Ie hoogten. Aan den anderen kant zag men een eiken
bosch met hooge hoomen. Door het dal stroomde eene
heldere heek, stil en klaar, over keijen, en weelderig
gras bedekte, aan beide zijden, de lage oevers. In de
verte weidden bonte kudden van runderen en schapen,
of legerden zich onder de schaduwen der boomen, of
hadeden zich in het kristallen nat der beek. Men hoorde
hun zacht gebrul en geblaar, maar duidelijker nog de
muzijk der herders, die gedeeltelijk op horens, gedeeltelijk
op schalmeijen bliezen.
De hitte des dags, de stille bekoorlijkheid van het
oord, en de koelte van het water, noodigden onze wan-
delaars om hier eenigen tijd te vertoeven. Zij besloten
dus hier hun middagmaal te houden. Een met mos
begroeid stuk van eene rots, aan de helling van eenen berg,
•was hunne zitplaats en tafel, een nabij gelegen molen
bezorgde hun de noodige levensmiddelen, en de beek
leverde hun water om te drinken- Zoo werd de maaltijd,
binnen weinige oogenblikken, bereid.
Tegen het einde van den maaltijd kwam eene ai'me vrouw
met bloole beenen uit het bosch en ging kort voorbij
hunrfe tafel. Zij droeg een' zwaren last van gesprokkeld
hout op haren rug, over hare schouderen hing een doek,
waarin, voor hare borst, een slapende zuigeling lag j
aan hare hand had zij een' kleinen jongen , van omtrent
drie jaren, met een rood gezigt en bruin krullend haar.
Een andere tienjarige kiuiap, insgelijks zwaar bepakt,
en aan zijne hand een meisje, dat jonger was, hetwelk een
korfje aan haren arm had met aardbezien gevuld en met
varen sierlijk gedekt, volgden haar. Allen waren barre-
K 5 voets.