Boekgegevens
Titel: Alwin en Theodoor: of Geschenk van eenen vader aan zijne kinderen
Auteur: Jacobs, Christian Friedrich Wilhelm; Meurs, Jacobus van; Veelwaard, D.
Uitgave: Amsterdam: Ten Brink & De Vries, 1822
Tweede verm. dr
Opmerking: Oorspr. titel: Allwin und Theodor
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1922 H 24
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204232
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm), Verhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Alwin en Theodoor: of Geschenk van eenen vader aan zijne kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
i4a DE GKOT.
zullen mijn graf bevochtigen, en mijne asch zal dezen tol
nwer liefde met vreugde en weemoedigheid drinken.
Wij scheiden vroeger van eikanderen , dan wij hoopten ,
voegde zij er bij , en het laatste gedeelte onzer loopbaan
was met scherpe doornen bestrooid. En evenwel als ik
mijn levensweg overzie, dan ontdek ik, dat het goede
het kwade ver overtroffen heeft. Mijne jengd is in stille
ongestoorde vreugde voorbijgegaan ; mijne ouders hebben
lang geleefd, en mijne moeder sloot hare moede oogen
weinige dagen voor het losbarsten der onheilen , die onzen
vrede zoo wreed stoorden. Onze echt is zeer gehikkig
geweest; nooit hebt gij mij, zelfs met een woLid be-
droefd, maar dikwijls met woorden en daden verblijd.
God heeft ons kinderen geschonken , die ons door de
goede hoedanigheden van hun verstand en hart, door
hunne gehoorzaamheid en liefde, onuitsprekelijke vreugde
gegeven hebben. En is het niet, na de dagen van lijden,
die de Voorzienigheid ons h^^eft toegezonden, een even
zoo onverwacht als zoet geluk , dat ik u wedergevonden
heb, dat ik de laatste dagen van mijn leven met u en
één onzer kinderen raag doorbrengen»? het tweede.....
Bij deze woorden bezweek hare stem; haar hoofd viel
neder op hare borst; zij was eenige oogenblikken stil en
in diepe gedachten verzonken. Hierop zeid^ zij : zij heb-
ben mijnen zoon uit mijne armen gescheurd. Zij wilden
mij, ook dien laatsten troost in mijn onbesefbaar lijden
ontnemen. — En na eene kleine poos sloeg zij oogen en
handen naar den hemel en riep uit: o God, die mij zoo
veel vreugde aan mijne, kinderen hebt laten beleven ,
neem ook dezen lijdenslast vau mijn benaauwd hart! —
Ach , ik hoop dat hij behouden zijn zal, vervolgde zij,
ter-