Boekgegevens
Titel: Alwin en Theodoor: of Geschenk van eenen vader aan zijne kinderen
Auteur: Jacobs, Christian Friedrich Wilhelm; Meurs, Jacobus van; Veelwaard, D.
Uitgave: Amsterdam: Ten Brink & De Vries, 1822
Tweede verm. dr
Opmerking: Oorspr. titel: Allwin und Theodor
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1922 H 24
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204232
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm), Verhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Alwin en Theodoor: of Geschenk van eenen vader aan zijne kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
DE GROT. i/ji
scheen hare krachten te doen toenemen, en de verande-
ring van haren toestand bedroog zelfs onzen kundigen
geneesheer. Maar ach! onze hoop was van korten dniir.
Er verliepen slechts weinige dagen toen de zenuwkoorts,
die haar leven ondermijnde, haar met verdubbeld geweld
overviel. Alle middelen waren vruchteloos, de kunst
stond stil, de geliefde kranke snelde met rassche schreden
naar het graf.
Eens op eenen avond, toen zijluit eene korte, mnar
zachte sluimering ontwaakte, verzocht zij mij haar op te
rigten, hierop leunde zij met haar hoofd tegen mijnen schou-
der, legde hare brandende hand in de mijne en zeide:
lieve saijft-lambert! mijne loopbaan zal dra geëindigd
zijnj dra zal mijn levenslicht uitgebrand zijn. De poorten
van een beter leven zijn voor mij ontsloten. Mijne ziel
zal wederkeeren tot haren schepper, en in het aanschou-
wen zijner oneindige volmaaktheden zal het aandenken
aan het lijden en smarten van dezen haast voorbijgaanden
lijd verdwijnen. Maar nooit zal het heilig gevoel mijner
liefde voor u , en mijne hartelijke dankbaarheid voor
uwe en mijne weldoeners, sterven. Deze gevoelens zul-
len mij vergezellen voor Gods troon, en ook daar mijn
schoonste sieraad zijn.
Ik was diep aangedaan , sloeg mijnen arm^om haar lijf en
drukte haar aan mijn hart; maar spreken kon ik niet.
Mijne tranen smoorden mijue stem. •
Hierop ging zij voort: ween niet, SAINT - IAMbert !
De goede Godheid , die ons thans scheidt, zal ons eens
weder vereenigen in onuitsprekelijke zaligheid... en na
eene korte poos, vervolgde zij: ja, gij zult zeker weenen,
als dit aardsche huis verbroken wordt, en uwe tranen
zuh