Boekgegevens
Titel: Alwin en Theodoor: of Geschenk van eenen vader aan zijne kinderen
Auteur: Jacobs, Christian Friedrich Wilhelm; Meurs, Jacobus van; Veelwaard, D.
Uitgave: Amsterdam: Ten Brink & De Vries, 1822
Tweede verm. dr
Opmerking: Oorspr. titel: Allwin und Theodor
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1922 H 24
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204232
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm), Verhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Alwin en Theodoor: of Geschenk van eenen vader aan zijne kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
i4o DE GROT.
Mijn arts kwam eindelijk terug en bragt mij in bet
vertrek der zieke, nadat ik hem nogmaals beloofd had
mijne liartstogten te zullen beteugelen. De gordijnen van
het bed waren toegetrokken , ik ging naast hetzelve zit-
ten en opende die zachtjes. Hortense stak hare hand
uit, ik greep en bevochtigde die met mijne tranen»
Thans eerst viel mij hare bleeke, vervallene gedaante
weder in het oog; want tot hiertoe had ik aan niets ge-
dacht, dan aan de vreugde van haar weder te zien. Ik
boog mij over haar , hare oogen schitterden , maar zij kon
niet spreken.
Nadat de eerste storm van vrolijke aandoening bedaard
was, vraagde zij zacht naar eosalia. Zij leeft, zeide'
ik; gij zult haar wederzien, zoodra onze vriend en red-
der dit veroorlooft.
Zij wendde zich in eene smeekende houding tot den arts.
Deze bedacht zich een oogenblik, ging toen lieen en
haalde het meisje. Ik nam het aan de deur bij de hand
eu bragt het bij liet bed. iiosalia schrikte toen zij deze
bleeke gedaante zag, zoo had zij zich hare moeder niet
vtrbeeld, maar toen deze hare moederlijke armen nit-
spreidde , toen zonk zij aan hare borst, en bedekte haar
gezigt met kussen en tranen.
Dö vreugde schitterde in de oogen van hortense en
hare bleeke wangen werden met een zacht vlugtig rood
bedekt. Hierop vouwde zij hare handen, en zeide:
Hemelfeche Vader! geef dat ik de vreugde, die gij mij
schenkt zoo mag verdragen , als gij mij het lijden , dat gij
mij oj gelegd hebt, hebt helpen dragen.
Van dit tijdstip af verlieten wij haar bed niet meer.
genoegen, dat zij smaakte, van ons bij haar te zien,
scheen