Boekgegevens
Titel: Alwin en Theodoor: of Geschenk van eenen vader aan zijne kinderen
Auteur: Jacobs, Christian Friedrich Wilhelm; Meurs, Jacobus van; Veelwaard, D.
Uitgave: Amsterdam: Ten Brink & De Vries, 1822
Tweede verm. dr
Opmerking: Oorspr. titel: Allwin und Theodor
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1922 H 24
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204232
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm), Verhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Alwin en Theodoor: of Geschenk van eenen vader aan zijne kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
DE TROUWE DIENAAR.
Groet m^nen vader! groet bosalia! vaarwel!" — Meer
kon hij niet zeggen : de barbaren sleepten hem naar bene<»
den, eu ik viel in zwijm."
«Wat er nu verder voorviel, heb ik van MARCELLirtE
vernomen. Zij was hare mevrouw weenend en jammerend
gevolgd , maar de soldaten dreigden haar dood te schieten ,
als zij niet terugkeerde , en toen zij hare goede meesteresse
evenwel niet verlaten wilde, legden zij hunne geweren op
haar aan, en onze mevrouw verzocht haar zelve ernstig
om terug te keeren en voor mij te zorgen, «ik," zeide
zij, «goede MARCiiLLlMi:, ik zal uwe hulp niet meer noo-
dig hebben,"
« Toen marcelline in huis kwam, vond zij nog twee
gardes in hetzelve, die alles plunderden en haar beletleden
binnen te komen. — « Maar wat zal er dan van den trou-
wen la fralsce worden? vraagde zij. — Een lijk, —• Gij zijt
barbaren, — En gij eene zottin."
« Marcelline ging naar het dorp en verhaalde het on-
geluk dat hare mevrouw getroffen had; allen, gelijk zij
mij naderhand verhaalde, beweenden het lot dezer fa-
milie. Ieder veihaalde, hoe zij hem met goeden raad had
bijgestaan, in nood en ongeluk getroost en ondersteund
en steeds liefderijk behandeld had. Maar toen zij verzocht
dat men met haar gaan mogt om mij te redden, toen
slopen zij allen stil weg; want de vrees was alom zeer
groot en had alle veerkracht verlamd."
« Eindelijk besloten twee mannen, na lang bidden, om
haar te vergezellen. Men vond mij meer dood dan levend
eu droeg mij weg. Verscheidene dagen lag ik in eene
heete koorts en raaskalde. Toen ik weder bij kwam, ïag
ik, dat ik in het huis van den barmhartigen barbier des
I 4 dorps