Boekgegevens
Titel: Alwin en Theodoor: of Geschenk van eenen vader aan zijne kinderen
Auteur: Jacobs, Christian Friedrich Wilhelm; Meurs, Jacobus van; Veelwaard, D.
Uitgave: Amsterdam: Ten Brink & De Vries, 1822
Tweede verm. dr
Opmerking: Oorspr. titel: Allwin und Theodor
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1922 H 24
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204232
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm), Verhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Alwin en Theodoor: of Geschenk van eenen vader aan zijne kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
RAMP OP RAMP. lai
en uwe tranen stillen zal; dan zal de hemel uw dak, en
ach! mogelijk de misdaad uw gezelschap zijn. Deze ge-
dachte breekt mij het hart. O, mijn kind! ik wilde gaarne
deze aards verlaten, als gij slechts in de armen uwer
moeder geborgen waart I — Dit waren uwe woorden.
En gij, vervolgde saint-lambert, omhelsdet mij teeder,
en zeidet: Ik wil met u sterven, mijn vader! zij zullen
mi) niet van u scheuren.
Ik sloot u in mijne armen, mijne tranen bevochtigden
uw voorhoofd en wangen! In dit oogenblik klonken de
grendels; een ongewoon gedruisch vervulde de gevangenis.
De deur werd geopend en men maakte mij mijn ontslag
bekend.
Hij, die ons deze blijde tijding bragt, was dezelfde
soldaat, die ons reeds zoo vele gunstbewijzen gescliouken
had. Gij zijt vrij, kleine! riep hij, binnentredende; gij
zijt vrij, mijnheer! de tirannij is geëindigd, gij kunt
gaan, waarheen gij wilt.
Terwijl hij dit zeide, pakte hij ons goed, nam het on-
der den eenen arm en ROSALIA op den anderen, knste
haar hartelijk, en liep zoo spoedig heen, dat ik werk had
hem te volgen. Het geheele huis was in de vrolijkste be-
weging. Alle deuren waren open. Ieder liep weg, men
^enschte elkander geluk ; en menschen , die zich voorheen
of niet gezien, of in hunne wanhoop zwijgend voorbij
gegaan waren, omhelsden zich thans, bedwelmd van blijtl-J
schap. De vreugde vertoonde zich op duizendvoudige wij-'
ze. Men juichte, men liep heen en weer, vele sprongen
en dansten; de meesten weenden.
Voor de poort der gevangenis, op straat, vonden wij
eene groote menigte volks, dat verzameld was om den
uit-