Boekgegevens
Titel: Alwin en Theodoor: of Geschenk van eenen vader aan zijne kinderen
Auteur: Jacobs, Christian Friedrich Wilhelm; Meurs, Jacobus van; Veelwaard, D.
Uitgave: Amsterdam: Ten Brink & De Vries, 1822
Tweede verm. dr
Opmerking: Oorspr. titel: Allwin und Theodor
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1922 H 24
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204232
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm), Verhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Alwin en Theodoor: of Geschenk van eenen vader aan zijne kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
4 BOOM.
» WelJ^ ^ne njenigte van l^^doren V- riep theodoob. »Voor
weinige weken stond deze boom nog naakt en kaal, en
thans IS hij overal bedekt met een heerlijk groen."
»Dit is een wonder der Natuur," «eide »ija vader, «zoo
als wij die ju mejiigte rondom oua ontdekken, zonder dat
dezelve onze aandacht tot zich trekken. De binnenste in-
rigtiïig vwi den boom, de dunne en bijkans onaigthare
aderen, die onder de buitenste schors naar boven stijgen,
en het voch|, hetwelk deze uit de aarde tot zich trekken,
dienen , om dit wonder te bewerken. Uit eene kleine pit
ontkiemt ee^ teeder spruitje, hetwelk van tijd tofe tijd tot
ecn^ stam opgroeit, waaruit takken, bladeren, bloemen en
vruchten voortspruiten. Hetzelfde sap neemt ondersclieideno
gedaanten aan , speelt in onderscheidene kleuren, en vormt
onderscheidene weefsels. Door dit yooht wordt de boom
bekleed met kleine vezeltjes, de weiden met gras, de tui-
nep ]}iet duizenderlei bloemen. Dringt dit vocht niet door
tp( in de planten en gewassen, dan verdroegen dezelve,
het loof verwelkt, de bladeren vallen af, en aan de ver-
rotting overgegeven, dienen dezelve om nieuwe kracht en
leven aan de aarde mede te dcelen."
M Gij hebt wel eens die vertelseltjes van tooverijen ge-
hoord , waarbij menschen in dieren, eene woestijn iu eenen
bevalligen tuin , mispelen in edelgesteenten , en keisteenen
in goud veranderd werden. Zoodanige fabeltjes zijn nooit
gebeurd j er zijn geene toovenaars. Doch de Natuur be-
werkt deze ea nog veel groutere wonderen zpnder eene
tooverroede, en verandert, onophoudelijk de ?ene gedaan-
te, het eene wezen in een ander."
»Uit de zwarte aarde komt het heerlijkste sap ten roor^
•chijn, dat groei en wasdom geeft aan d« druif, den me*
loen ;