Boekgegevens
Titel: Alwin en Theodoor: of Geschenk van eenen vader aan zijne kinderen
Auteur: Jacobs, Christian Friedrich Wilhelm; Meurs, Jacobus van; Veelwaard, D.
Uitgave: Amsterdam: Ten Brink & De Vries, 1822
Tweede verm. dr
Opmerking: Oorspr. titel: Allwin und Theodor
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1922 H 24
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204232
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm), Verhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Alwin en Theodoor: of Geschenk van eenen vader aan zijne kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
ia() RAMP OP HAMP.
trek bepaald, recfls telde hortense de uren, wanneer zij
/»are geretlde dochter weder aan haar hart zou drukken,
toen de eigenaar van het huis , waar ik woonde, eens op
een avond doodsbleek in mijne kamer trad, en mij berigtte,
dat een lid der municipaliteit en eenige gewapende gardes
in zijn huis gekomen waren en naar mij gevraagd hadden,
en dat hij niet twijfelde of zij zouden op het oogenblik
hier zijn.
Hij had naauwelijks uitgesproken, toen de deur openging
en vier mannen met een woest trotsch gelaat binnentraden,
waarvan er een met het teeken der municijjaliteit voorzien
was. Ik vraagde, wat er van hunnen dienst was? — Uw
persoon , was het antwoord. Gij zijt immers sai\t-1AMbert?
Ik beaamde dit. — Dan zijt gij mijn gevangene, zeide
de officier. — Mag ik weten, waarom? vraagde ik. — De
vijanden des vaderlands, antwoordde hij, hebben geen regt
te vragen, waarom de wet dit ,of dat over hen bepaalt.
Gij zijt een edelman , uw broeder een priester; wij weten ,
dat gij een vijand der republiek zijt en met hare vijanden
in verraderlijke verbind len issen staat.
Ik bood mijne papieren tot onderzoek aan. Deze werden
ingepakt en aan eenen det gardes overhandigd, die ze in zij-
nen zak stak. Ik was zeer benaauwd. Rosalia stond bevend
naast mij en hield mijne hand vast.
Als mijne gevangenneming onherroepelijk bepaald is, zei-
de ik, dan hoop ik toch, dat men de menschlievendheid
hebben zal, om dit verlaten kind niet van mij te schei-
den. — Men antwoordde : Zij kan medegaan tot op nader
order. — Thans pakten wij eenig goed en eenige boeken
in. — De officier beval ous haast te maken , en zeide on-
der anderen , dat ik niet veel tijd meer tot lezen hebben
zoude. Bij