Boekgegevens
Titel: Alwin en Theodoor: of Geschenk van eenen vader aan zijne kinderen
Auteur: Jacobs, Christian Friedrich Wilhelm; Meurs, Jacobus van; Veelwaard, D.
Uitgave: Amsterdam: Ten Brink & De Vries, 1822
Tweede verm. dr
Opmerking: Oorspr. titel: Allwin und Theodor
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1922 H 24
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204232
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm), Verhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Alwin en Theodoor: of Geschenk van eenen vader aan zijne kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
113 DE UITGEWEKENEN.
Mijne smart en die mijner vrouw was onbesclirijfelijk.
De afgelegenlieid onzer wijkplaats bood ons geene hulp aan,
ook in het stadje was geen arts, wien men met eenigen
grojid kon vertrouwen. Slechts in de hoofdstad kon ik
redding verwachten.
De wensch, om een kind te behouden, dat ik langzaam
zag verwelken, overwon eindelijk alle bedenkingen. Ik
besloot haar naar Parijs te brengen, en de vrees voor hef
dreigend gevaar zegepraalde ook eindelijk in het hart mij-
ner vrouw over de bekommernissen der toekomst. Ik liet
haar met eene bejaarde moeder terug, die in onze een-
zaamheid deelde, en, door ouderdom en verdriet neerge-
bogen , naar het einde harer loopbaan haakte en verwachtte.
Zij behoefde eene oplettende oppassing en zorg, en uor-
TEUJSE vervulde al de pligten van eene naauwgezette en
teedere dochter.
Ik had tot mijne reis een tijdstip gekozen, waarin de
uitgeputte woede der tirannen scheen te rusten. Mijne
lange verwijdering van Parijs moest mij daar onbekend
gemaakt hebben , en ik vreesde niet, dat het gebeurde ,het-
welk mij uit mijne woning had verdreven, eenige nadeelige
gevolgen zou kunnen hebben. Ik nam dus afscheid van
mijne vrouw, met de hoop van haar dra door de terug-
keering van ons gered kind te zullen verblijden. Ik wil
echter wel bekennen, dat ik meer moed veinsde, dan ik
wezenlijk bezat, want mijne ziel was door een treurig
voorgevoel vervuld en nedergebogen. Ook nortense wilde
vertrouwen en vrolijkheid toonen. Maar toen rosalia in
den wagen gezet werd en ik haar volgde, toen verliet haar
de geveinsde moed en zij viel, meer dood dan levend, neder.
Ik sla over, wat uw eigen hart kan aanvullen, om
H 4 Tttijn