Boekgegevens
Titel: Alwin en Theodoor: of Geschenk van eenen vader aan zijne kinderen
Auteur: Jacobs, Christian Friedrich Wilhelm; Meurs, Jacobus van; Veelwaard, D.
Uitgave: Amsterdam: Ten Brink & De Vries, 1822
Tweede verm. dr
Opmerking: Oorspr. titel: Allwin und Theodor
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1922 H 24
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204232
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm), Verhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Alwin en Theodoor: of Geschenk van eenen vader aan zijne kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
ii8' DE UITGEWEKENEN.
Slechts telilen drongen dè vreesselijke berigten d zei*
staatsverwoesting in de woningen mijner arme onschuldige
buren, en ik wachtte mij wel, hunne rust te storen, door
de mededeeling van hetgeen ik deels wist, deels doormijn
dienaar la fra>ce uit een naburig stadje vernam.
Niettegenstaande de rust van binnen, die wij hier ge-
noten, zoo werd echter mijn hart door verdriet verscheurd,
wanneer ik aan de gruwelen dacht, die mijn vaderland
onteerden , en aan de vermoording van zoovele edelen,
die ten toppunt klom door. den moord vau den goedhar-
tigsten vorst, na een langdurig lijden en tallooze mishan-
delingen. Ik zag al mijue vrieuden bedreigd door het mes
der bloeddorstige benden , en sidderde voor het leven van
mijnen broeder, die bij de uitbarsting der onlusten door
noodzakelijke bezigheden naar de hoofdstad geroepen was,
cn van wicn ik, sedert verscheideue maanden, niets ge-
hoord had.
Te vergeefs beproefde ik meermalen door omwegen aan
hem te schrijven, want dio dagen waren zoo treurig, dat
toen de heiligste banden der natuur als eene misdaad, en
de mededeeling van liefde en vriendschap als eene lastering
des vaderlands beschouwd werden.
Bij dit lijden mijner ziel kwam nog een huisselijk ver-
driet. Kosalie had zich op onze vlugt, bij het klimmen
in het rijtuig, bezeerd j het letsel scheen in het begin niets-
beteekenend, maar allengs ontstond aan de knie een ge-
zwel, dat haar niet alleen geheel lam maakte, maar zelfe
haar leven in gevaar bragt. Hare bloeijende kleur ver-
dween , hare oogen stonden flaauw. Zij nam aan niets
meer deel; zelfs hare zielsvermogens schenen onder de
magt van de kwaal, die haar ligchaam verteerde, te be-
* wijken. Mij-