Boekgegevens
Titel: Alwin en Theodoor: of Geschenk van eenen vader aan zijne kinderen
Auteur: Jacobs, Christian Friedrich Wilhelm; Meurs, Jacobus van; Veelwaard, D.
Uitgave: Amsterdam: Ten Brink & De Vries, 1822
Tweede verm. dr
Opmerking: Oorspr. titel: Allwin und Theodor
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1922 H 24
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204232
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm), Verhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Alwin en Theodoor: of Geschenk van eenen vader aan zijne kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
113 DE UITGEWEKENEN.
Deze avond, zeide de gastheer, herinnert mij ster-
ker, dan in langen tijd geschied is, die vrolijke en geluk-
kige daj^en , die ik in mijn vaderland, in de stilte van
het landleven en den omgang met dierbare en verstandige
Trienden heb doorgebragt. Deze vrienden zijn niet meer ,
cn ik dacht de wereld voortaan te zullen kunnen ontberen,
wanneer ik mij in de eenzaamhei«! en den schoot der na-
tuur aan de opvoeding mijner dochter geheel tcewijdde.
Maar, ach! ik voel, dat de verkeering met beschaafde en
kundige lieden nog eeu hooger genot oplevert, dan de ge-
daante der natuur«
Ik zou mij gelukkig rekenen, antwoordde de Heer O... ,
indien onze toevallige zamenkomst aanleiding gaf om een
edel man met de wereld te verzoenen , die nog aanspraak
op hem heeft. Gij hebt de vrienden uwer jeugd verloren,
dit verlies is onherstelbaar , maar eene verkwikkende en
opb'»nrende verkeering znlt gij alom vinden, waar regt-
Bchapene en goedgezinde menschen zijn.
Sedert drie jaren, zeide de gastheer, heb ik het genoe-
gen, om mijn hart uit te schudden, ontbeert; ik dacht na
dat mijn hart eeuwig gesloten zou blijven, maar ik voel,
dat bet zich onder goede en deelnemende menschen opent.
De menschen hebben mij wreed mishandeldzij hebben mij
vrienden, vermogen en vaderland ontnomen ; de vriendin
mijner jeugd, de trouwe gezellin mijner mannelijke jaren,
de moeder mijner bosalia, is een offer hunner wreedheid
geworden! Zij hebben mijnen zoon weggevoerdi Maar
eVenwel hangt mijn hart nog aan de menschen ; ik voel
het, dat ik hen nog bemin en steeds zal blijven beminnen.
De Heer O... legde zijne hand vertrouwelijk op de schou-
ders van den vreemdeling cn zeide: wees zoo goed en
ver*