Boekgegevens
Titel: Alwin en Theodoor: of Geschenk van eenen vader aan zijne kinderen
Auteur: Jacobs, Christian Friedrich Wilhelm; Meurs, Jacobus van; Veelwaard, D.
Uitgave: Amsterdam: Ten Brink & De Vries, 1822
Tweede verm. dr
Opmerking: Oorspr. titel: Allwin und Theodor
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1922 H 24
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204232
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm), Verhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Alwin en Theodoor: of Geschenk van eenen vader aan zijne kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
III
DE UITGEWEKENEN.
Nadat de vader zijn verhaal, niet zonder aandoening, ge-
ëindigd had, vervolgden zij hunne reis.
Op den vijfden dug hunner wandeling beklommen zij eenen
steilen berg, en kwamen vervolgens in een ruim dal, dat
van den eenen kant door een' steilen muur van gnanwo
rotsen gesloten en van de andere zijde door zwellende heu-
velen omringd was. ïusschen deze sloop een zacht ziiveren
beekje, over hetwelk eene houten brug in een naaiw dal
leidde, dat met groepen van ranke boomen versie'd was.
In de verte zag men de overblijfselen van eenen ou'len burg
en in de nabijheid van denzelven schitterde het roode dak
van een klein vriendelijk landhuis door de onderste tak-
ken van aloude boomen : houten banken en eeneiteenen tafel
' *
.onder hunne schaduw geplaatst, schenen Je vermoeide
wandelaars te noodigen om hier te rusten, /ij hadden het
grootste gedeelte van den dag geloopen en hooge bergen be-
klommen om nog voor het vallen van den avond eene
plaats te bereiken, waar zij overnachten konden. Zij be-
sloten dus, daar zij niet wisten of er een dorp in de na-
bijheid lag , deze woning te bezoeken en om eenige ver*
frisschingen te verzoeken.
Zij klopten, de deur ging open, en een lief meisje
vraagde wat van hunnen dienst was. De heer O..« antwoordde,
dat zij reizigers waren, die vermoeid en hongerig waren
en indien het zijn kon om eenige landelijke verkwikkingen
verzochten.
Het