Boekgegevens
Titel: Alwin en Theodoor: of Geschenk van eenen vader aan zijne kinderen
Auteur: Jacobs, Christian Friedrich Wilhelm; Meurs, Jacobus van; Veelwaard, D.
Uitgave: Amsterdam: Ten Brink & De Vries, 1822
Tweede verm. dr
Opmerking: Oorspr. titel: Allwin und Theodor
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1922 H 24
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204232
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm), Verhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Alwin en Theodoor: of Geschenk van eenen vader aan zijne kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
109 DE TWEE GELUÏCKIGE DAGEN.
voortzetten, hij ïcentlc de taal, de wetten en gesteldlieid van
het land, waarin hij woonde, en hem werd van zijne be-
gunstigers en vrienden een der aanzienlijkste posten in het
land als opgedrongen.
Vijftien jaren waren op deze wijze verloopen en in ieder
der laatste jaren was zijn besluit, om zijne geboorteplaats
nog eens te zien, bijna altoos op het oogenblik der uitvoe-
ring, verijdeld geworden. De ouders zagen het waderzien
van hunnen braven zoon met een hijgend verlangen te
gemoet. Intusschen waren zijne brieven hun troost en
vreugde, en dikwijls vloeiden hunne tranen, wanneer hij
hierin met eerbied en teederheid lot zijnen vader en moe-
der sprak, aan de dagen zijner jeugd dacht en dankbaar de
zorg zegende, waarmede zij den grondslag tot zijn tegen-
woordig geluk gelegd hadden.
Toen de oude baas zeiland eens op eenen zondag naar de
kerk ging, reed hem eeu fraaije reiswagen voorbij. Er zag
iemand oplettend uit den wagen eerst naar den winkel,
toen naar hem. De wagen hield juist stil voor de herberg,
toen baas zeiland in de kerk ging.
Onder het zingen van het eerste lied verscheen een
vreemdeling van eene innemende gedaante in reisgewaad
in de kerk, en de opschudding die dit veroorzaakte gaf
aanleiding dat de smid ook zijn oog een oogenblik op den
vreemdeling vestigde, en bespeurde, dat hij hem met de
grootste oplettendheid beschouwde. Zijne gestalte scheen
hem bekend, maar daar hij dikwijls gelegenheid had vreem-
de reizigers te spreken , zoo gaf hij zich geeno moeite hier-
over na te denken, maar woonde den godsdienst aandach-
tig bij.
Kort voor den zegen verdween do vreemdeling , en wei-
ni*