Boekgegevens
Titel: Alwin en Theodoor: of Geschenk van eenen vader aan zijne kinderen
Auteur: Jacobs, Christian Friedrich Wilhelm; Meurs, Jacobus van; Veelwaard, D.
Uitgave: Amsterdam: Ten Brink & De Vries, 1822
Tweede verm. dr
Opmerking: Oorspr. titel: Allwin und Theodor
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1922 H 24
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204232
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm), Verhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Alwin en Theodoor: of Geschenk van eenen vader aan zijne kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
io6 DE TWEE GELUKKIGE DAGEN.
1
» Ik wilde hem volgen , maar hij kwam terstond terug ,
greep mijne hand, en zeide: welkom filipI God zij geloofd!
Gij zijt ter goeder ure gekomen! Deze handen hebben lang
gerust, maar morgen, zoo het God behaagt, willen wij
wei ken."
»Thans hoorde ik de voetstappen mijner moeder, ik wilde
haar te gemoet gaan, maar mijn vader hield mij tegen, en
zeide tot zijne vrouw, toen zij binnen trad: moeder. God
zorgt voor ons. Naauwelijks is onze werkplaats geopend of
deze knappe knecht vraagt om werk. Geef hem eten, en
hij zal voor twee man arbeiden."
» Mijne moeder heette mij welkom en gaf mij de hand.
Nu kon ik mijne aandoeningen niet langer beteugelen, ik
viel haar om den hals, en riep uit: moeder, kent gij mij
niet? Nu zag zij mij aan, omhelsde mij hartelijk en zeide:
ach , mijn zoon ! zoo mag ik u dan wederzien op dezen ge-
lukkigen dag! Dra verspreidde zich het gerucht van mijne
komst door de buurt, eu binnen kort omringden ons oude
vrienden en bekenden, die mijne handdrukten en mijne
ouders geluk wenschten met dezen dubbel heugelijken
dag."
»Nadat de nieuwsgierigen vertrokken waren, vraagde
ik naar de reden hunner groote deelneming, welk geluk
mijne ouders was ten deele gevallen, eu waarom de win-
kel letlig stond, eu vernam toen, dat mijn vader, geduren-
de mijne afwezigheid een ambt bij de stad en het bestier
over eene kas gekregen had, als ook dat lieden, die hem
niet genegen waren , hem van ontrouw beschuldigd hadden
cn het zoo ver hadden welen te brengen, dat de win-
kel gesloten en mijn vader in zijn huis gevangen gehouden
M-erd. Twee maanden had deze btfnaauwde toestand ge-
duurd ,