Boekgegevens
Titel: Alwin en Theodoor: of Geschenk van eenen vader aan zijne kinderen
Auteur: Jacobs, Christian Friedrich Wilhelm; Meurs, Jacobus van; Veelwaard, D.
Uitgave: Amsterdam: Ten Brink & De Vries, 1822
Tweede verm. dr
Opmerking: Oorspr. titel: Allwin und Theodor
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1922 H 24
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204232
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm), Verhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Alwin en Theodoor: of Geschenk van eenen vader aan zijne kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
DE TWEE GELUKKIGE DAGEN. io5
mijne ongerustheid te doen hcdaren. Ad»! dacht ik, gij zult
nwü ouders niet weder zien. Het vuur in den winkel is
nitgcbluscht, dus zal ook mijn oude vader wel rusten van
alle vermjeijenissen des levens in het stille graf."
))lk stond opj en ging met een ongerust hart door de poort
en de lange straat, zonder om of rond te zien, en toen ik
voor ons huis stond, zag ik de deur open, maar hoorde
geen' hamerslag. De geheele werkplaats was ledig, alsof
het een feestdag ware. Ik keek verwonderd rond en stond
gereed om heen te gaan, toen de achterdeur open ging,
en mijn vader, met ijzer beladen, binnen trad. Thans
verdween mijn angst. Toen hij zijnen last neergelegd had,
groette ik hem, en vraagde hem , of hij geen' knecht noodig
had? Gij komt, alsof gij geroepen waart, antwoordde hij,
zonder mij naauwkeurig te beschouwem , en al hadt gij nog
een half dozijn zulke borsteu, als gij zijt, medegebragt,
zoo zoudt gij bij mij werk genoeg^vinden,"
5) Mijn vader was in mijne afwezigheid merkelijk ouder
geworden, zijn grijs haar hing dun om zijn voorhoofdj
maar er heerschte in zijne stem en in zijn geheele wezen
eene vrolijkheid, die ik aan hem niet gewoon was. Wel
aan, vervolgde hij , leg uwen bundel neder , en laat mij
uwe getuigschriften zien, als die goed zijn, zal mijne
vrouw u uwe kamer wijzeu. Mijn hart klopte van blijJ-
scliap. Ik hoorde dat mijne moeder nog leefde, maar ik
kou niet spreken, ik overhandigde dus stilzwijgend mijji
vader mijne getuigschriften."
»Hij zette zijnen biil open las, ik beefde van vreugde.
Toen hij mijnen naam vond, scheen hij verlegen, zag n ij
aan, herkende mij, liet de getuigschriften vallen, liep door
de achterdeur en riep mijne moeder."
G 5 M