Boekgegevens
Titel: Alwin en Theodoor: of Geschenk van eenen vader aan zijne kinderen
Auteur: Jacobs, Christian Friedrich Wilhelm; Meurs, Jacobus van; Veelwaard, D.
Uitgave: Amsterdam: Ten Brink & De Vries, 1822
Tweede verm. dr
Opmerking: Oorspr. titel: Allwin und Theodor
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1922 H 24
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204232
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm), Verhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Alwin en Theodoor: of Geschenk van eenen vader aan zijne kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
DE rVVEE GELUKKIGE DAGEN. to3
mijne ouders, vreezende geen van beiden ooit te zullen
•wederzien."
»Met een beklemd hart verliet ik mijne geboorteplaats , en
zag dikwijls om, maar daar ik dra werk kreeg, werd ik
weder goedsmoeds. Acht jaren ben ik onder vreemden ge-
weest, heb veel gewerkt en veel nieuws geleerd, hetgeen
voor mij in het vervolg zeer voordeelig geweest is. Ik had
dikwijls gelegenheid mij hier en daar, onder gunstige uit-
zigteu, als baas neder te zetten, maar hoe goed het mij ook
gaan mogt, zoo waren mijne gedachten echter steeds op
mijnen geboortegrond gevestigd. lïet scheen mij steeds
toe, alsof de vaderlijke werkplaats de beste op aarde ware,
en deze noteboomen de schaduwachtigste en schoonste."
»Eens opeen* avond, het was de tweedepaaschdag, toen
ik aan den Ryn onder de boomen zat, ds zon onder ging ,
de rivier aan mijne voeten mischte, en het jonge loof der
hoomen boven mijn hoofd ritselde , overviel mij een onbe-
schrijfelijk verlangen naar de mijnen. Ik had sedert ge-
ruimen tijd geen berigt van hen ontvangen, en het was
alsof ik hunne stem hoorde eu zij mij riepen om bij hen
te komen. Ik was juist zonder baas , dewijl ik verder rei-
zen wilde; maar in dit oogenblik besloot ik naar huis te-
rug te keeren. Ik pakte dus nog denzelfden avond mijnen
bundel, nam afscheid van mijn' laatsten meester, en begon
reeds den volgenden morgen frisch en welgemoed mijne
terugreis,"
» Ik moest meer dan honderd mijlen afleggen. Het was in
het begin van den zevenjarigen oorlog; het krielde alom
van wervers, die alles opvingen , en ik kwam meer dan
eens in groot gevnar. Ueeds naderde ik de grenzen van
mijn vaderland. Ik zag reeds van verre de blaauwe ber-
4 gen ,