Boekgegevens
Titel: Alwin en Theodoor: of Geschenk van eenen vader aan zijne kinderen
Auteur: Jacobs, Christian Friedrich Wilhelm; Meurs, Jacobus van; Veelwaard, D.
Uitgave: Amsterdam: Ten Brink & De Vries, 1822
Tweede verm. dr
Opmerking: Oorspr. titel: Allwin und Theodor
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1922 H 24
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204232
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm), Verhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Alwin en Theodoor: of Geschenk van eenen vader aan zijne kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
100 DE TWEE GELUÏCKIGE DAGEN.
Zoo schoon en in zulk een heerlijk oord hadden de
kinderen het heerlijke tooneel der opgaande zon nog niet
aanschouwd.
Onze reis begint zeer gelukkig, zeide de vader. Wanneer
de geheele rij van tooneelen, die -wij doorloopen willen ,
aan dit eerste gelijkt, dan zal ons de reis zeker niet be-
rouwen.
En al ware ook niet alles zoo schoon, zeide de jongste
zoon, al komen wij niet steeds in zulke schoone oorden , en
al is de hemel somtijds betrokken, zoo hebben wij toch de
reis, de beweging, de frissche lucht, en eindelijk de herin-
nering aan dezen morgen.
. Ja zeker, vervolgde de oudste, wij willen de heerlijkheid
van dezen morgen in ons geheugen prenten om minder
schoone oorden en droevige dagen daarmede te versieren.
Dit is eene raadzame en verstandige zuinigheid, ant-
woordde hun vader. Het tegenwoordige kan ieder oogenblik
niet eveu voldoende zijn, maar men kan het toch steeds
met de beelden van het verledene of toekomende oplooi-
jen. Hoe dikwijls hebben wij bij den haard de treurige
winterdagen met alle bloemen van onze voormalige en
toekomende lente gekroond. En dikwijls werpt één vro-
lijke cn gelukkige dag zijne stralen door een moeijelijk
en duister leven.
Niemand is ongelukkiger dan hij, die alles van het te-
genwoordige oogenblik verwacht, deze is toch steeds een kind
der omstandigheden en nooit geheel in onze magt. Slechts
het verledene bezitten wij geheel, en zelfs clan, als het
ons niet geheel voldeed, toen het nog tegenwoordig was,
zal het zich echter bij de herinnering aan onze ziel op
eeue sclioonere, zuivere en volmaaktere wijze vertoonen ^
zoo-