Boekgegevens
Titel: Alwin en Theodoor: of Geschenk van eenen vader aan zijne kinderen
Auteur: Jacobs, Christian Friedrich Wilhelm; Meurs, Jacobus van; Veelwaard, D.
Uitgave: Amsterdam: Ten Brink & De Vries, 1822
Tweede verm. dr
Opmerking: Oorspr. titel: Allwin und Theodor
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1922 H 24
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204232
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm), Verhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Alwin en Theodoor: of Geschenk van eenen vader aan zijne kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
DE VIïÜnEID. 97
de liantl van mijnen -weldoener, m-t liet volle gevoel det
•wedergek rcgene gezondheid , en — wat mij nog dierbaarder
was dan ('eze — mijner vrijheid , btiitcn de poort van Aï^
. giers trad , om het schip te bezoeken, dat mij naar Euro-
pa terugbrengen zou. Het lijden der verloopene jaren ,
het verlies der vruchten mijner voormalige nijverheid, al
mijn kommer waren in dit oogenblik vergeten. Het leven ,
dat mij reeds onverschillig geworden was, werd mij nu
■weder lief. Nieuwe wenschen en hoop ontvlamden in mij-
ne borst. Mijn hart klopte sterker, maar onder alle ge-
waarwordingen die mij bestormden , was er geene duidelij-
ker, dan deze, dat ik vrij, vrij was,"
)> Eenige dagen daarna gingen wij onder zeil. Algiers
met zijne witte huizen en morsige straten lieten wij achter
ons, en wij kwamen na eene korte en gelukkige vaart te
Venetiè\ Hier verliet ik mijn' edelmoedigen vriend om
mijn vaderland te bezoeken en mijne zaken in orde te
brengen,"
»Zoo gelukkig echter mijne zeereis gew^eestwas, zoo on-
gelukkig was mijne reis te land. De oorlog, die zoo ge-
heel onverwacht uitgebroken was, stond mij overal in
den weg en verijcfelde mijne meeste hoop. Overal vond
ik ledige beurzen, en niet dan met veel moeite kreeg ik op
wissels van mijnen vriend zoo veel geld , dat ik daarmede
mijne geboorteplaats zou hebben kunnen bereiken. Maar
ook dit geld werd mij ontnomen. Voor eenige dagen %verd
ik op de landstraat door eenige rondzwervende soldaten
overvallen, van mijn paard en al mijne have beroofd en
met deze weinige kleederen — eene gedachtenis mijner
slavernij — weggezonden. Een weinig geld was hunner
gierige oplettendheid ontglipt , maar ook dit is verteerd ,
G en