Boekgegevens
Titel: Alwin en Theodoor: of Geschenk van eenen vader aan zijne kinderen
Auteur: Jacobs, Christian Friedrich Wilhelm; Meurs, Jacobus van; Veelwaard, D.
Uitgave: Amsterdam: Ten Brink & De Vries, 1822
Tweede verm. dr
Opmerking: Oorspr. titel: Allwin und Theodor
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1922 H 24
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204232
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm), Verhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Alwin en Theodoor: of Geschenk van eenen vader aan zijne kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
94
DE VRIJHEID.
van vrijliekl na te j.igen, voor welke Iiij geene hand vol
olijv-en geven wilde. Want, voegde liij er bij, als ik alles
wel overweeg, dan ben ik hier duizendmaal gelukkiger,
dan ik te huis was. Hier is geen gierige vader, geene
booze stiefmoeder, die mij voor het aanbreken van den
dag uit het huis jagen om te werken, en die, als men laat
in den avond te huis komt, dan nog kijven zal, dat men niet
genoeg gedaan heeft. Achttien jaren lang had ik dit leven
verduurd, toen begon het mij te vervelen, ik liep
weg en werd soldaat. Het was nu ja in den soldatenstand
wel beter, dan in huis, maar goed was het toch ook niet.
Maar als het mij al te slecht ging, dan liep ik weg en
ging in een' anderen dienst, tot ik eindelijk ouder een
spaansch regtment kwam. Maar ook hier kwam ik eens
op den inval om weg te loopen , doch de korporaal kon
nog harder loopen dan ik, ik werd terug gebragt, gestraft
cn naar Oran gezonden. Er is geen vervloekter leven te
bedenken, dan hetwelk, ik hier moest lijden. Arbeid, niets
dan arbeid. Eindelooze knevelarij en nog slagen bovendien.
Eindelijk werd het mij te erg, ik nam mijn' slag waar en
ontkwam. Ik wist ja welk een lot mij wachtte^ maar ik
gaf de voorkeur aan de slavernij boven den toestand in
Oran, En nog heb ik geen berouw over deze ruiling!
Vivat 1 de slavernij! ik wil hier liever een slaaf vanAlie
zijn, dan bevelhebber van Ora«."
j)Zoo sprak hij, maar dit was echter zijne ware meening
niet. Hij verborg de zucht naar vrijheid om mij te be-
driegen, en dit gelukte hem ook in zoo ver, dat ik, hoe-
wel ik hem hartelijk verachtte, hem echter niet wantrouw-
de. Hij wist dat ik mij loskoopen wilde, en ik verborg
voor hem niet, dat ik geloofde, dat het doel mijner wen-
sch en