Boekgegevens
Titel: Alwin en Theodoor: of Geschenk van eenen vader aan zijne kinderen
Auteur: Jacobs, Christian Friedrich Wilhelm; Meurs, Jacobus van; Veelwaard, D.
Uitgave: Amsterdam: Ten Brink & De Vries, 1822
Tweede verm. dr
Opmerking: Oorspr. titel: Allwin und Theodor
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1922 H 24
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204232
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm), Verhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Alwin en Theodoor: of Geschenk van eenen vader aan zijne kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
t)E VEIJHEID.
die van de jeugd af gewoon waren te werken, Üe reé
was onze gewone werkplaats, waar wij schepen ladedeu
en losten , en andere bezigheden van deze soort verrigleden.
Wanneer wij deden wat ons bevolen werd , en dit was
nooit bovenmatig, dan werden wij goed behandeld , en li'^t-
geen men van de wreede mishandelingen der christen sla«*
ven verhaalt, kan waar zijn van slaven van bijzondere
personen, maar ik ten minste heb hiervan geen in het
oogloopend voorbeeld gezien. Na zonne-ondergang was het
ons geoorloofd voor eigene rekening te werken, en ik be-
diende mij van dit verlof met den grootsten ijver, om
daardoor mijn* vurigen wensch naar vrijheid zoodra mogelijk
te voldoen "
»Ik was omtrent een jaar in dienst van den Dey ge-
weest, toen deze mij, ik weet niet waarom, aan een' Turk*
scheu koopman schonk. Mijn lot was hierdoor wel in ve-
le opzigten verbeterd , mijn werk veel minder en de ge-
legenheid om iets te verdienen menigvuldjger, maar ik
voelde evenwel het verlies mijner vrijheid hier smartelij-
ker, dan in mijn' vorigen dienst. Ik was gescheiden van
al mijne lotgenooten en deelnemersin mijn ongeluk, ik ver*
liet zeer zelden het huis van mijnen heer, en hier waren
slechls eenige negerslaven, wier verkeering voor mij noch
aangenaam, noch vertroostend was. Ik was genoodzaakt
mijn verdriet op te krojjpen, en dikwijls, als ik na vol-
bragten arbeid op het hooge terras van het huis lag en in
zee zag, dacht ik dat mijn hart van smart én verlangen
zou barsten bij het zien der schepen die uit- en invoeren.
Maar dan dacht ik ook aan de dagen mijner kindschheid,
aan de sombere werkplaats van mijnen zwager, aan den be-
slissenden zondag, aan mijn' braven Hollandschen heer, en
aan