Boekgegevens
Titel: Alwin en Theodoor: of Geschenk van eenen vader aan zijne kinderen
Auteur: Jacobs, Christian Friedrich Wilhelm; Meurs, Jacobus van; Veelwaard, D.
Uitgave: Amsterdam: Ten Brink & De Vries, 1822
Tweede verm. dr
Opmerking: Oorspr. titel: Allwin und Theodor
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1922 H 24
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204232
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm), Verhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Alwin en Theodoor: of Geschenk van eenen vader aan zijne kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
88 DE VßlJHEID.
vaart en den handel, om op een aangenaam landgoed , iti
het sclioonste gedeelte van Holland, zijne overige dagen
toet eene lieve vrouw en eene schoone dochter, die reeds
Vroeg weduwe geworden was, door te brengen "
»Deze goede heer had mij eeuig onderwijs in den han-
del gegeven 5 en op zijnen raad besteedde ik de kleine
som, die ik grootendeels aan zijne mildheid te danken had,
aan waren , die ik onder de hand verkocht of ruilde Db
hemel zegende mijne pogingen , en ik had na verloop van
elf jaren, een aardig kapitaal in handen, waarmede ik iets
van belang beginnen kon. Ik vormde groote plannen. Al»
mijne onderneming gelukte, dan hoopte ik dra in het be-
zit vau een eigen schip te zijn, en dan mijne specnlalien
verder uit te zetten. Deze hoop verleidde mij mijn geheel
kapitaal aan lukens te besteden, die toen in de Levant
zeer gezocht werden. Ik verkocht mijne goederen te
Smirna met zeer veel voordeel, en keerde niet eene grootè
som, de^is in geld, deels in papieren naar Europa terug."
»"Wij wilden naar Triest varen, en het beghi onzer reis
was zeer voorspoedig. Wij hadden reeds met het gunstigste
weer en wind het grootste gedeelte van den weg afgelegd
en kaap Matapan voorbijgezeild, toen het weer veranderde.
Zwangen lijd worstelden wij met tegenwind , en wij hadden
anet moeite de hoogte van Korjü bereikt, toen ons in het
gezigt der haven een hevige storm overviel en terug dreef.
Drie dagen en nachten zwierven wij op zee rond , in ge-
durig gevaar om of op klippen , of op het strand van een
der kleine eilanden schipbreuk te lijden. De schepen , die
ons dusver op onzen togt vergezeld hadden, waren ver-
strooid, en wij dwaalden in bange verwachting rond, toen
^ij op den moVgen van den vierden dag de oostelijke
kust