Boekgegevens
Titel: Alwin en Theodoor: of Geschenk van eenen vader aan zijne kinderen
Auteur: Jacobs, Christian Friedrich Wilhelm; Meurs, Jacobus van; Veelwaard, D.
Uitgave: Amsterdam: Ten Brink & De Vries, 1822
Tweede verm. dr
Opmerking: Oorspr. titel: Allwin und Theodor
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1922 H 24
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204232
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm), Verhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Alwin en Theodoor: of Geschenk van eenen vader aan zijne kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
DE VRIJHEID.
Si
niïj cchler toen voUloeticle sclieen om naar de verste
gewesten tö reizen. Hierop wenschte ik liaar wel te rus-
ten 5 omhelsde haar teeder en weende bitter. Zij verwon«
derde zich over mijn gedrag, vraagde mij wat mij deerde?
en toen ik niet kon antwoorden , maar steeds harder ween-
de en snikte, dacht zij dat dit mijn gewoon klaaglied was,
vermaande mij om geduld te hebben , en liet mij gaan."
»Toen ik te huis kwam, ging ik naar mijne kamer,
pakte hel weinige dat ik had , schreef eenen brief aan mijne
moeder, eenen aan mijne zuster en eenen derden aan eer»e
andere zuster , die ik liever had en buitens lands gehuwd
was, wachtte daarop tot middernacht om ongemerkt uit het
huis te kunnen sluipen, en nadat dit gelukt was, verliet
ik de stad."
»Toen ik buiten was, was mijn hart ligler, maar vrolijk
•Was ik nog niet. Ik kon de gedachte aan het gewaagde
van mijne onderneming niet geheel overwinnen , mijne
óogen keerden rugwaarts naar mijne moeder, zuster en de
hergen, die ik achter mij liet. Ik ging langzaam voort»
Niet ver van de poort lag eene roomsche kapel aan den
weg, voor welke een CHRlSTUS-beeld stond, hangende
aan het kruis. Ik viel op mijne knien en bad hartelijk
om het gelukkig slagen mijner reis, en beloofde, dat ik,
waar ik ook zijn en wat mij ook overkomen mogt, eerlijk
en deugdzaam leven zou. Een stroom van tranen verligtte
mijn hart, het scheen mij toe, alsof het CIIIUSTUS-beeld
het hoofd boog, eu ik meende daarin een teeken te zien,
dat mijn gebed verhoord was. Thans stond ik getroost
op, nam mijnen bundel op den rug en ging verder.
» Ik reisde naar Saksen , 'en mijne reis was zoo gelukkig ,
dat ik overal Gods "zegen bespeurde. Ik ontmoette dra
F 3 voer-