Boekgegevens
Titel: Nederlandsche spraakkunst: ingerigt naar de behoefte van onzen tijd
Auteur: Maas, J.P. van der
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1855
Opmerking: 1. Zinsontleding. 2. Woordgronding. 3. Spelling en uitspraak. 4. Woordvoeging. 5. Zinscheiding
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 94-93
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204217
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche spraakkunst: ingerigt naar de behoefte van onzen tijd
Vorige scan Volgende scanScanned page
99
afzonderlijk moet uitgesproken worden, als: Arabië,
ruïne, enz.
492. Het zamentrekkingsteeken (a) ook omgebogen
toonteeken genoemd, beteekent, dat liet woord eene
lettergreep verkort is en dus twee lettergrepen zijn
zamengetrokken, als: broér voor broeder; teêr voor
teeder enz.
493. Het nadruksteeken(") beteekent, dat de klink-
letter, boven welke het zich bevindt, een bijzonde-
ren klemtoon vereischt, als :
O, ja! zoo lanfj één dijk nog Neêrlands stranden haedt.
Één schaamte visschcrshut haar kruin beurt uil den vloed.
iielisiers.
Over het afbreken van woorden.
494. Men moet zekere voorschriften in acht nemen ,
bij het afbreken van woorden aan het einde van
eenen regel.
4LI5. Men gebruikt om de deelen van een woord
van elkander te scheiden , in druk, het koppeltecken (-)
of in schrift, ook wel dit teeken (»).
496. De algemeene regel is: breekt de lettergre-
pen af, overeenkomstig de gevestigde uitspraak; hierbij
dient men in het oog te houden, dat de afbreking
zoo spaarzaam mogelijk gescliiede.
497. In een woord waarin een medeklinker tus-
schen twee klinkers staat, behoort die medeklinker
tot de tweede lettergreep, als: gra-ten hui-zen, enz.
even zoo met een zamengestelden medeklinker, als:
ge-schikt^ maar vele uitzonderingen zijn er op dien
regel; ook wijken keurige schrijvers wel eens daar-
van af, doch men moet, zooveel mogelijk, elk der
lettergrepen van een woord ongeschonden bewaren ,
als: elk an der, harts togt, loo che nen.
498. In woorden, waarin de s den overgang van
twee lettergrepen vormt, ontdekt men wel eens mis-
slagen, bijv.: luister, duister, meester, enz. die men
afbreken moet: luister, duister, meester, enz.
7 ^