Boekgegevens
Titel: Nederlandsche spraakkunst: ingerigt naar de behoefte van onzen tijd
Auteur: Maas, J.P. van der
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1855
Opmerking: 1. Zinsontleding. 2. Woordgronding. 3. Spelling en uitspraak. 4. Woordvoeging. 5. Zinscheiding
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 94-93
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204217
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche spraakkunst: ingerigt naar de behoefte van onzen tijd
Vorige scan Volgende scanScanned page
98
gen tc maken ten gemakke, welke eenigzins van elk-
ander onafhankelijk zijn, ofschoon allen met het
geheel in verband staan.
480. Het beletselteeken (....) schort den gedachten-
loop op, als: zoo als gij verkiest.... het is maar....
O mijn God! mijn....
487. Het aanhalingsteeken (»") wordt gebezigd,
om woordelijke aanhalingen van anderen te gebrui-
ken. Uaar waar de aanhaling begint, zet men het
teeken onderaan, waar zij eindigt, hoven aan den
regel; bij lange aanhalingen wordt iedere regel door
dit teeken voorafgegaan, als: n Jongen!" zeide mijn
vader, nleer vlijtig."
488. Het koppelteeken (-), dient ter verbinding
van zamengestelde woorden, welke wegens hunnen
aard geene innige zamenstelling toelaten, als: de
Fransch-Engelsche vloot. Ook van twee door en ver-
bonden bijvoegelijke naamwoorden van één en den-
zelfden uitgang, mag men van het eerste den uitgang
weglaten en door een koppelteeken doen vervangen,
als : in- en uitwendige gewaarwordingen.
489. Het af kappingsteeken (') wordt geplaatst wan-
neer men een of meer letters weglaat; meestal een i,
doch voor des wordt wel'« en voor/jeieene'igeschre-
ven. In proza komt het weinig voor, behalve in
uitdrukkingen, als: buiten 'slands; op 's Konin^s
bevel, enz. In verzen komt dat teeken menigvuldig
voor.
490. Het naderverklaringsteeken (*f) dient om
den lezer te doen opmerken, dat er bij den tekst
eene aanmerking of noot gevoegd is, welke tot op-
heldering, uitbreiding, enz. dient. Men vindt zoo'n
noot met eene letter, onder aan de bladzijde, en
heeft het zelfde teeken als dat, hetwelk in den
tekst voorkomt. Op bl. 5 en 17 vindt men daarvan
voorbeelden.
491. Het deelteeken (-) wordt gebruikt om aan
te toonen, dat de letter, waarboven het geplaatst
is, van de voorgaande lettergreep afgescheiden en