Boekgegevens
Titel: Nederlandsche spraakkunst: ingerigt naar de behoefte van onzen tijd
Auteur: Maas, J.P. van der
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1855
Opmerking: 1. Zinsontleding. 2. Woordgronding. 3. Spelling en uitspraak. 4. Woordvoeging. 5. Zinscheiding
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 94-93
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204217
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche spraakkunst: ingerigt naar de behoefte van onzen tijd
Vorige scan Volgende scanScanned page
97
ik vroeg hem, wie daar wan. Volgen versclieidene
vragen elkander, die onderling in verband staan,
dan plaatst men het vraagteeken geheel achteraan,
en de voorafgaande vragen worden door een kom-
mapunt van elkander gescheiden.
481. Het uitroep-, verwondering- of aanspraaktee-
ken wordt geplaatst: 1= achter de namen van per-
sonen of zaken , welke als aangesproken voorkomen ,
als: waarde vriend! mijnheer! 2« achter tusschen-
werpsels in het algemeeii, omdat deze de gewaarwor-
dingen der ziel aanduiden of een klank nabootsen,
als: sterveling! gij zult eenmaal sterven; — geloof
mij, lieve! gij hebt gelijk; — u zal ik het eerst be-
wonderen, prachtige kokosboom! onwaardeerbare gift! —
Help! help! — Krak! krak! — Eene verdubbeling
van dit teeken , gelijk men wel eens vindt, is doel-
loos.
482. Het aandachtteeken of lange rust (—) gaat
gewoonlijk zoodanige woorden of zinsneden vooraf,
waarop de schrijver de aandacht des lezers bijzonder
vestigen wil, ah: ja, ouderlijke liefde is iets onbe-
schrijfelijks, — iets, waarvan de kracht en uitge-
breidheid onberekenbaar is.
483. Hettusscheninstelliugstéeken [()] wordt gebruikt
als er in een zin enkele woorden of zinsneden voor-
komen , welke niet van het voorafgaande afgeleid
zijn, maar geheel op zich zeiven staan, zoodat, met
weglating van dusdanige woorden of zinsneden , dc
zin in zijn geheel niet afgebroken wordt, als: na
zooveel omwentelinge/i en bloedige oorlogen zou ein-
delijk de vrede [men hield het daarvoor) de volken
verblijden.
484. Teksthaakjes ([]) komen veel voor in den
liijbel, ter aanwijzing van hetgeen er door de verta-
lers is bijgevoegd , zonder dat het eigenlijk tot den
tekst behoort, als: hij was het licht niet, maar [was
gezonden] opdat hij van het licht getuigen zou.
485. Het afdeelingsteeken of paragraaf (§) wordt
gebruikt om bij grootr onderwerpen kleine afdi'i'lin-