Boekgegevens
Titel: Nederlandsche spraakkunst: ingerigt naar de behoefte van onzen tijd
Auteur: Maas, J.P. van der
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1855
Opmerking: 1. Zinsontleding. 2. Woordgronding. 3. Spelling en uitspraak. 4. Woordvoeging. 5. Zinscheiding
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 94-93
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204217
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche spraakkunst: ingerigt naar de behoefte van onzen tijd
Vorige scan Volgende scanScanned page
een hoofdzin aankondigt, en tusscheii het zamenge-
stelde voor- en nazindeel in zoodanige volzinnen,
waarin het nazindeel door meerdere voorzindeelen
voorafgegaan , of een dezer laatste door meerdere der
eerstgenoemde gevolgd %vordt, en deze gescheiden zijn
van elkander door een kommapunt.
475. liet punt, dat de grootste rust hij het lezen
uitdrukt, dient om het einde van eeu volzin aan te
wijzen.
476. Het punt wordt gebruikt oni algemeene en
ondergeschikte zinnen van elkander af te scheiden en
ter scheiding van zinnen, welke op elkander volgen,
zonder dat het eene tot verklaring van het andere
noodig zij, en die men alzoo als algemeen voorop
plaatst, om daarna uit beide te gelijk iets af te
leiden.
477. Het punt kan ook, naar gelang van den
aard der uitdrukking, of dóór een vraag- of door
een uitroepteeken vervangen worden.
Over de zinteekens.
478. Het punt wordt ook of alleen , of verdubbeld
als zinteeken gebezigd. Het dubbele punt ter vervan-
ging der woordjes dat is, versta, als: om te leeren,
d. i.: om den zin te verstaan, enz. Het punt ter
verkorting, als: Z. M. voor Zijne Majesteit. Ook
wordt het geplaatst op de i en j.
479. De overige zinteekens zijn : het vraagtecken
het uitroep-, verwondering- of aanspraakteeken (!);
het aandachtteeken of lange rust; — het tusschen-
instellingteeken () en de teksthaakjes ([]); het af-
deelingsteeken {§)■, het beletselteeken (....) j het aan-
halingsteeken (»"); het koppel teeken (-); het afkap-
pingsteeken ('); het nader verklaringsteeken ) j het
deelteeken (••); het zamentrekkingsteeken (a) en het
nadruksteeken (").
480. Men plaatst het vraagteeken achter alle regt-
streeksche vragen, als: wie is daar? maar achter
zijdelmgsche of enkel verhalende vragen niet, als: