Boekgegevens
Titel: Nederlandsche spraakkunst: ingerigt naar de behoefte van onzen tijd
Auteur: Maas, J.P. van der
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1855
Opmerking: 1. Zinsontleding. 2. Woordgronding. 3. Spelling en uitspraak. 4. Woordvoeging. 5. Zinscheiding
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 94-93
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204217
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche spraakkunst: ingerigt naar de behoefte van onzen tijd
Vorige scan Volgende scanScanned page
95
464. Men plaatst geene komma vóór de voegwoor-
den , als zij enkele woorden of deelen van een zin
aan elkander verbinden , als: hij antwoordde mij open-
hartig en ongeveinsd.
465. Het komma-punt dient in het algemeen tot
het aanwijzen eener eenigzins langere rust, dan bij
de komma het geval is.
466. Men plaatst het kommapunt tusschen voor-
en nazindeelen, onverschillig of de nazindeelen vol-
strekt of betrekkelijk zijn.
467. Wanneer één voorzindeel door meerdere na-
zindeelen gevolgd , of wel, omgekeerd , één nazindeel
door meerdere voorzindeelen wordt voorafgegaan; dan
moet men tusschen de zamenstellende deelen, waar-
uit het voor- en nazindeel bestaat, een kommapunt
en tusschen het geheele voor- en nazindeel een dub-
bel punt plaatsen.
468. Als echter de twee laatste deelen van het
nazindeel door het voegwoord en met elkander ver-
bonden zijn, dan mag vóór dit voegwoord geen kom-
ma-punt , maar alleen eene komma gebezigd worden.
469. Als meer bijzondere begrippen, die elk op
zich zelf reeds door kommaas verdeeld zijn, onder-
ling verbonden en verder voortgezet worden, zonder
tot elkander als voor- en nazindeel in betrekking te
staan.
470. Achter zoodanige zindeelen, waar eigenlijk
een vraag- of uitroepteeken behoorde te komen, wan-
neer men dit teeken eerst aan het einde der geheele
rede plaatst.
471. Als ten opzigte van den geheelen zin wel
ieder onderdeel afzonderlijk opgegeven, maar van ge-
lijke waarde als met de overige onderdeden gedacht
wordt.
472. Als het volgende zindeel dienen moet ter
verklaring van het voorgaande.
473. Het dubbele punt wijst eene eenigzins groo-
tere rust in het lezen dan het komma-punt.
474. Het dubbele punt wordt gebruikt als men