Boekgegevens
Titel: Nederlandsche spraakkunst: ingerigt naar de behoefte van onzen tijd
Auteur: Maas, J.P. van der
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1855
Opmerking: 1. Zinsontleding. 2. Woordgronding. 3. Spelling en uitspraak. 4. Woordvoeging. 5. Zinscheiding
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 94-93
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204217
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche spraakkunst: ingerigt naar de behoefte van onzen tijd
Vorige scan Volgende scanScanned page
94
der geplaatste voorwerpen, behoorende bij hetzelfde
gezegde, worden door eene konima gescheiden, als:
eten, drinken, uitspannig, alles ontbreekt hem. Mijne
moeder heeft honden, katten, veel vogels en andere
dieren.
458. Bij zegwoorden als: hij leest, schrijft, rekent
en teekent zeer aardig; ook tiissehen die bijwoorden
en voorzetsels, die op hetzelfde denkbeeld betrekking
hebben, als: dit is alom, aUezins, altijd en door al-
len geloofd.
459. Ter aanwijzing van de afscheiding van bij
elkander behoorende denkbeelden; daarom wordt elk
tusschenvoegsel tusschen twee kommaas geplaatst,
als: hij stierf, door allen bemind, op het bed van
eer. Afkeuring verdient het om alles af te scheiden,
wat niet tot een zin in zijnen eenvoudigsten vorm
behoort, bijv.: hij heeft dikwijls, zijn haat, tegen
mijn broeder, ten sterkste, doen blijken.
460. Vóór alle omschrijvingen, ter nadere bepa-
ling of verklaring van eenig onderwerp of gezegde
dienende, en dan worden de betrekkelijke voornaam-
woorden meest altijd door eene komma voorafgegaan,
als: de vrouw, wier daden wij billijken.
461. Men plaatst vóór de voegwoorden eene komma,
als zij geheele zinnen verbinden of wanneer de zeg-
woorden , die in de zinnen komen, in verschillende
tijden gebezigd worden , als: gij hebt gelijk, en hij
ia daarmede tevreden geweest.
462. Als een voegwoord verzwegen wordt, zoo
plaatst men de teekens, als of het er werkelijk stond ,
alsmede voor verklarende zinnen, als: hij vroeg mij,
of ik het doen wilde. Wanneer de verbindende
woordjes als of dat bij de onbepaalde wijs ontbre-
ken , dan vervalt de komma, als: hij zeide mij te
spreken, voor: hij zeide mij dat ik spreken zou.
46.3. Wanneer omzettingen van twee of meer door
kommaas gescheiden zins-leden plaats vinden, dan
blijft het scheiteeken tusschen de leden behouden,
als: die pek 'aanraakt, besmet zich.