Boekgegevens
Titel: Nederlandsche spraakkunst: ingerigt naar de behoefte van onzen tijd
Auteur: Maas, J.P. van der
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1855
Opmerking: 1. Zinsontleding. 2. Woordgronding. 3. Spelling en uitspraak. 4. Woordvoeging. 5. Zinscheiding
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 94-93
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204217
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche spraakkunst: ingerigt naar de behoefte van onzen tijd
Vorige scan Volgende scanScanned page
93
VIJFDE HOOFDSTUK.
zijscheiding.
4j1. Wanneer men onafgebroken over iets Weef
voortspreken of lezen, zonder van tijd tot tijd te
rusten, zou dat hoogst vermoeijend wezen, en te-
vens onverstaanbaar zijn; daarom bedient men zich
van eenige teekens, ten einde behoorlijk te rusten,
d^dr, waar het vereischt wordt. Die teekens zijn
de scheiteekens.
452. Aan de scheiteekens zijn naauw verwant de
zinteekens, welke ter verschillende wijze van uitdruk-
king dienen, en ook van den aard onzer gemoeds-
beweging.
45'J. Schei- en zinteekens komen ook wel voor
onder den naam van leesteekens, omdat ze hoofdza-
kelijk bij het lezen gebruikt worden.
Over de scheiteekens.
454. De scheiteekens zijn: de komma (,); het kom-
mapunt (;); het dubbele punt (:) en het punt (.)
455. De plaatsing der scheiteekens is van een uit-
gebreid nut en een onontbeerlijk hulpmiddel tot de
juiste uitdrukking der gedachte. De algemeene re-
gelen tot het plaatsen dier teekens zijn de volgende,
ofschoon men zich niet slaafsch daaraan behoeft te
binden.
456. De komma dient tot aanwijzing der kleinste
rust; door haar leert men het innerlijk zamenstel
der volzinnen kennen en waar het voegwoord ont-
breekt, kan zij niet gemist worden.
4.57. Men plaatst de komma:
Tusschen verscheidene bij elkander geplaatste on-
derwerpen en gezegden, die tot dezelfde gedachte
betrekking hebben, en niet door voegwoorden ver-
bonden zijn. — Heelt het gezegde eene nadere bepa-
ling of aanvulling, dan moet de komma daarachter
geplaatst worden. Ook verscheidene, nevens elkan-