Boekgegevens
Titel: Nederlandsche spraakkunst: ingerigt naar de behoefte van onzen tijd
Auteur: Maas, J.P. van der
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1855
Opmerking: 1. Zinsontleding. 2. Woordgronding. 3. Spelling en uitspraak. 4. Woordvoeging. 5. Zinscheiding
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 94-93
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204217
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche spraakkunst: ingerigt naar de behoefte van onzen tijd
Vorige scan Volgende scanScanned page
92
Jeden en woorden gepaste evenredigheid en opklim-
ming dient in acht te nemen; voorts moeten in een
volzin de hoofddenkbeelden in het helderst licht ge-
plaatst worden.
445. Bij het slot van een volzin make men geen
gebruik van eenlettergrepige en onbeduidende woor-
den, ten zij op zoodanige woordjes de nadruk valt,
als: weldaden vergeet men veelal, heleedigingen nooit.
446. Ten einde de denkbeelden, zoo kort en
krachtig, mogelijk uit te drukken, voegt men twee
of meer volzinnen, door middel der bijvoegelijke
naamwoorden en deelwoorden, tot eenen volzin te
zamen. Bij deze zamentrekking blijven de bijvoege-
lijke naamwoorden, gelijk ook de deelwoorden onver-
bogen , en nemen den aard van bijwoorden aan.
Voorts bedient men zich ook tot dat einde zoowel
van het verleden als van het tegenwoordig deel-
woord.
447. Een onverbogen bijvoegelijk naamwoord kan
tot zamentrekking van twee of meer volzinnen dienen,
als: hoe rampzalig is niet de toestand des zondaars;
rampzalig door de wroegingen van een ontrust gewe-
ten ; nog rampzaliger door zijne bange vooruitzigten
in de eeuwigheid.
448. Een verleden deelwoord kan op gelijke wijze
ter zamentrekking van twee of meer volzinnen dienen,
als: in droefheid verzonken hield zij hare oogen op
den grond gevestigd; — genomen, hetgeen gij vreest,
is waar.
449. Het tegenwoordig deelwoord kan ook tot za-
mentrekking der volzinnen gebezigd worden, als:
hij kwam lagchende in de kamer; — ziende, dat
zij gewapend werden afgewacht, hielden zij van den
wal af.
450. Wanneer meer dan een onderwerp in zooda-
nige zinnen komt, verdient deze zamentrekking af-
keuring, daar zij de welluidendheid niet bevordert.