Boekgegevens
Titel: Nederlandsche spraakkunst: ingerigt naar de behoefte van onzen tijd
Auteur: Maas, J.P. van der
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1855
Opmerking: 1. Zinsontleding. 2. Woordgronding. 3. Spelling en uitspraak. 4. Woordvoeging. 5. Zinscheiding
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 94-93
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204217
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche spraakkunst: ingerigt naar de behoefte van onzen tijd
Vorige scan Volgende scanScanned page
91
436. Volzinnen mogen ook nimmer .aangevangen
worden, met zoodanige woordjes, welke uitsluitend
op het voorgaande slaan. Het voegwoord en kan
alleen in den aanhef van een volzin gebezigd wor-
den , wanneer dit tot het geheel der voorafgaande
rede in verband staat, of ook wanneer het door her-
haling tot het volgende betrekkelijk wordt gemaakt,
als: En Ronmlus en Remus waren bezield met één
doel.
3. Over de zamenstelling van volzinnen.
439. Wij hebben § 24 en volgende gesproken over
zinnen en hunne verdeeling. Gelijk, ten opzigte van
de stof, zoo zijn de volzinnen ook onderscheiden ten
opzigt van den vorm,\oov zoo verre zij oï verhalend,
of hevelend, of smeekend, of vragend, of wenschend
of ook uitroepend zijn. Dikwijls komen in een vol-
zin meer dan een van deze vormen voor, als: ik heh
hem wedergezien; maar, helaas [ in welk eenen toe-
stand!
440. De vereischten of eigenschappen der volzin-
nen moeten zijn: eenheid, volheid, behoorlijk grootte,
juiste plaatsing en evenredigheid.
441. Door eenheid verstaat men: dat er in eiken
volzin slechts één hoofddenkbeeld moet bestaan.
442. De volheid des volzins bestaat in de onder-
steuning der hoofdgedachte door gepasten rijkdom
van bijkomende omstandigheden.
443. Door behoorlijke grootte en juiste plaatsing
verstaat men: de juiste plaatsing in de schikking
der woorden, door de bepalingen daar te plaatsen,
waar hot noodig is. De volziinien moeten niet over-
laden zijn, d. i,, hunne lengte moet niet onmatig,
en ook die hunner leden niet te groot zijn, daar zij
anders door te sterke inspanning vermoeijen.
444. Men moet in de verbinding der volzinnen
verscheidenheid brengen , door lange en korte volzin-
nen met elkander Ie doen afwisselen, terwijl men
tevens lusschen de volzinnen, alsmede tusschen hunne