Boekgegevens
Titel: Nederlandsche spraakkunst: ingerigt naar de behoefte van onzen tijd
Auteur: Maas, J.P. van der
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1855
Opmerking: 1. Zinsontleding. 2. Woordgronding. 3. Spelling en uitspraak. 4. Woordvoeging. 5. Zinscheiding
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 94-93
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204217
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche spraakkunst: ingerigt naar de behoefte van onzen tijd
Vorige scan Volgende scanScanned page
89
opmerkzaainlieid bij voorkeur wil gevestigd hebben,
in de plaats van het onderwerp en dus in den aan-
hef eener rede geplaatst wordt, als: ftien moet de
kennis van God meer dan die van de wereld zoeken;
de kennis van God moet men meer zoeken, dan die der
tvereld; of ook: meer dan de kennis der wereld moet
men die van God zoeken.
429. Op de plaats van het onderwerp kunnen oin
gelijke reden gesteld worden door:
bijwoorden, als: dikwerf heb ik u gewaar-
schuwd;
dagelijks ontvangen wij bewijzen van Gods liefde.
2^. door bijvoegelijke naamwoorden of deelwoor-
den in vereeniging met het woord zijn, worden, enz.
als:
Aangenaam ivaren de dagen in nw bijzijn doorge-
bragt;
vertrouwende u gelukkig te zien, heb ik mij er
toe laten overhalen.
3®. door de onbepaalde wijs van een zegwoord , als :
Zwijgen moeten wij, over dat voorval.
4®. door eene omstandigheid of een voorzetsel met
zijn naamval, als: voor mij zelv en heb ik er niets aan ;
op die wijze zal er niets van komen.
430. Bij de vragende woordschikking kan soms
eene afwijking van de gewone woordschikking plaats
vinden, als: mij zou hij dat gezegd hebben?
431. Wanneer men bij vragen of uitroepingen eerst
het onderwerp plaatst, en daarop den uitroep met
een persoonlijk voornaamwoord laat volgen, kan
daardoor de nadruk in enkele gevallen bevorderd
worden, als: de vreugde des levens is helaas! kort.
432. Ook kunnen de leden van een volzin [om
den nadruk te bevorderen omgezet worden, als:
wat ik daarvan zeggen moet, weet ik niet.
433. Deze omzettingen kunnen zoowel in den ge-
meenzamen, als deftigen stijl gebezigd worden, zoo
kan men bijv. een brief zeer goed beginnen met:
Tot mijn genoegen heb ik den nwcn ontvangen , enz..