Boekgegevens
Titel: Nederlandsche spraakkunst: ingerigt naar de behoefte van onzen tijd
Auteur: Maas, J.P. van der
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1855
Opmerking: 1. Zinsontleding. 2. Woordgronding. 3. Spelling en uitspraak. 4. Woordvoeging. 5. Zinscheiding
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 94-93
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204217
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche spraakkunst: ingerigt naar de behoefte van onzen tijd
Vorige scan Volgende scanScanned page
88
welke ovei' het algemeen niet aan het hoofd van
eenen zin staan, of eene omstandigheid met een voor-
zetsel , of eenig deel der rede, buiten het onderwerp,
in den aanvang van een ziu hebben, als: hem is de
eer te beurt getallen.
423. Ook bij eenen uitroep of eene verwondering
heeft de vi-agende woordschikking plaats j wat zijt
gij groot geworden !
424. De re/'Zimt/e«(ie woordschikking is die, waarbij
de zinsleden door voegwoorden of betrekkelijke voor-
naamwoorden met elkander vereenigd of in verband
gebragt worden.
425. De verbindende woordschikking ondersclieidt
zich van de beide anderen daardoor, dat het zeg-
woord hier meestal de laatste plaats inneemt, als :
kinderen willen liever spelen dan leeren. Bijna alle
voegwoorden nemen deze woordschikking achter zich,
bijv: als, wanneer, totdat, opdat, dewijl, omdat,
naardien, alhoewel, ofschoon enz. Hiertoe behooren
niet, bij hunne plaatsing in den aanvang eener rede
evenwel, nogtans, derhalve en meer andere, die in
het midden staande, de verhalende woordschikking
onveranderd laten, omdat zij, vooraan komende, de
vragende woordschikking achter zich vereischen.
42f). Ook wordt deze woordschikking gebezigd bij
de betrekkelijke woordjes, tcaar, waarbij, vanwaar,
enz. wanneer zij geen regtstreeksche vraag aandui-
den , als: ik begrijp niet, vanwaar dat geschenk
komt.
Over de omzettingen en andere geoorloofde
vrijheden in de woordscliikking.
427. Men kan soms van de bovengenoemde woord-
schikkingen afwijken ter bevordering van behage-
lijke verseheidenlieid , duidelijkheid, krachten nadruk
en daartoe zijn de omzettingen dienstig.
42^. Deze omzettingen vinden plaats als eenig
oii'Iergescliikt deel dor rede, op hetwelk men de