Boekgegevens
Titel: Nederlandsche spraakkunst: ingerigt naar de behoefte van onzen tijd
Auteur: Maas, J.P. van der
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1855
Opmerking: 1. Zinsontleding. 2. Woordgronding. 3. Spelling en uitspraak. 4. Woordvoeging. 5. Zinscheiding
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 94-93
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204217
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche spraakkunst: ingerigt naar de behoefte van onzen tijd
Vorige scan Volgende scanScanned page
84
den, telwoorden eu lidwoordei», komen, een enkel
geval uitgezonderd, vóór het zelfstandig naamwoord,
waartoe zij behooren, als: de groote stok; onze groote
stok; de derde groote stok van den meester. Staan
meer dergelijke woorden voor de zelfstandige naam-
woorden , dan is het niet onverschillig waar zij ge-
plaatst moeten worden.
402. De woorden, die eene eigenschap uitdrukken
komen onmiddelijk voor de zelfstandige naamwoor-
den, als: de vlugge paarden. Staat er een telwoord
bij, dan komt dat voor het bijvoegelijk naamwoord,
als: de drie vlugge paarden. Vóór het telwoord komt
een bezittelijk voornaamwoord te staan, als: onze
drie vlugge paarden, en een aanwijzend voornaam-
woord weder voor het bezittelijke, als: deze onze
drie vlugge paarden. Voor al die woorden komt het
algemeen telwoord alle, als: alle deze onze drie
vlugge paarden,
403. Wanneer een der w^oorden, die het zelfstan-
dig naamwoord op bovenvermelde wijze nader bepa-
len, weder zijne eigene bepaling heeft, zoo gaat deze,
hetzij een bijwoord of een verbogen naamval met of
zonder voorzetsel, onmiddellijk voor het woord, dat
daardoor bepaald wordt, als: eene zacht ruischende
heek.
404. Als de betrekking van een zelfstandig naam-
woord tot het overige deel der rede door een voorzet-
sel wordt uitgedrukt, dan staat dit voor alle andere
woorden, die het tot nadere bepaling voorafgaan,
als: in deze mijne kommervolle omstandigheden.
405. Een zelfstandig naamwoord kan ook dooreen
ander bepaald en verklaard worden, als: Brussel de
Hoofdstad van Belgie ; Davids psalmen; ook wel kan
de verklaring geschieden door een voorzetsel met
een zelfstandig naamwoord of ander woord, dat eene
omstandigheid aanduidt j de gedichten van Bilderdijk.
406. Een vervoegd zegwoord neemt wat tot zijne
nadere verklaring dienen moet, achter zich, als: de
jongen leest wel. Maar bezigt men een voornaamwoord