Boekgegevens
Titel: Nederlandsche spraakkunst: ingerigt naar de behoefte van onzen tijd
Auteur: Maas, J.P. van der
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1855
Opmerking: 1. Zinsontleding. 2. Woordgronding. 3. Spelling en uitspraak. 4. Woordvoeging. 5. Zinscheiding
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 94-93
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204217
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche spraakkunst: ingerigt naar de behoefte van onzen tijd
Vorige scan Volgende scanScanned page
83
alleen door de betrekking, waarin men zich perso-
nen of zaken voorstelt, als: wee, den rampzalige!
helaas! ik ongelukkige, enz.
396. Somtijds worden zij aan het begin eener
rede geplaatst, als: Helaas! wat zal ik beginnen?
Ha! dat gaat goed. Zij kunnen ook in het midden,
en aan het einde van eenen zin geplaatst worden,
als: eer, goederen, alles, helaas! is voor mij verlo-
ren. Wat zal er van mij worden, ach!
2. Over de volgorde der woorden in eene rede.
Over de schikking der woorden in het algemeen,
397. De natuurlijke opvolging onzer denkbeelden
ligt ten grondslag om duidelijk te schrijven of te
spreken. Deze opvolging nu bestaat daarin, dat
men van het minder bepaalde, tot het meer bepaalde
overgaat, zoodat de rede eene opklimming is.
398. Elke rede bestaat uit twee deelen: een voor-
werp of zaak waarvan iets gezegd wordt (onderwerp),
en dat, wat daarvan gezegd wordt (gezegde), dat meestal
van nadere bepalingen vergezeld gaat.
399. De natuurlijke woordschikLing vordert: dat
het onderwerp der rede, met alles wat daartoe be-
hoort, voorafga, en daarop het zegwoord met zijne
bepalingen volge, als: de deugdzame man luistert
naar den inspraak des gewetens. Deze regel is zoo
algemeen niet, of men mag daarvan somwijlen afwij-
ken , ook in de natuurlijkste en eenvoudigste woord-
schikking, wanneer namelijk het onderwerp met
zijne beschrijving door een betrekkelijk voornaam-
woord merkelijk langer is, dan hetgeen daarvan ge-
zegd wordt, als: dat leven is lang, hetwelk het
groote doel des levens bereikt.
400. Een zelfstandig naamwoord, hetzij het als
het onderwerp der rede of als gezegde voorkomt,
kan op onderscheidene wijzen nader bepaald worden.
401. De eigenlijk gezegde bepalingswoorden , name-
lijk : de bijvoegelijke naamwoorden, voornaamwoor-
6 ^