Boekgegevens
Titel: Nederlandsche spraakkunst: ingerigt naar de behoefte van onzen tijd
Auteur: Maas, J.P. van der
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1855
Opmerking: 1. Zinsontleding. 2. Woordgronding. 3. Spelling en uitspraak. 4. Woordvoeging. 5. Zinscheiding
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 94-93
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204217
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche spraakkunst: ingerigt naar de behoefte van onzen tijd
Vorige scan Volgende scanScanned page
81
382. De bijwoorden moeten altijd onmiddellijk bij
en doorgaans vóór het woord geplaatst worden,
waarbij hunne wijzigende kracht vereischt wordt.
383. Door verplaatsing van een bijwoord ontstaat
soms een geheel andere zin , als: het is mij niet ge-
oorloofd te gaan, is geheel iets anders, als: het is
mij geoorloofd niet te gaan.
384. Om eene gelijkheid in de wijze van zeggen
aan te duiden, bezigt men de woorden, zoo, even
en als. Eene ongelijkheid wordt uitgedrukt door den
vergrootenden trap met dan.
385. Oudtijds voegde men in onze taal twee ont-
kenningswoorden bij elkander, bijv.: ik en loeet niet,
nu heeft dit geene plaats meer, maar men bedient
zich van de reeds aangeduide ontkenningswoorden,
§ 317.
386. Wanneer in het zegwoord reeds eene ontken-
ning opgesloten ligt, mag men er nimmer het woordje
niet bijvoegen, als: zi/ ontkende niet gezongen te
hebben. Men boude hierbij in het oog dat eene dub-
bele ontkenning gelijk staat met eene bevestiging.
De voorzetsels en hunne verbinding
met andere woorden.
387. De verdeeling van voorzetsels in scheidbare
en onscheidbare is uit de woordgronding bekend.
Wanneer onderscheidene zelfst. n.w. hetzelfde voor-
zetsel bij zich hebben is het doorgaans voldoende,
dit eenmaal te bezigen , als: door geboorte, opvoeding
en pligt is mijn hart aan u verbonden.
388. Somwijlen worden de voorzetsels nadruks-
halve herhaald, als: door list, door verraad, door
geweld is hij op den troon geklommen. Zoo dikwerf
twee zelfstandige naamwoorden door tusschenkomst
van eenig voegwoord van elkander gescheiden wor-
den, is de herhaling meestal noodzakelijk, hij is
noch met hardheid, noch met zachtheid te regeren.
389. De onmiddellijke bijeenplaalsing van twee
voorzetsels brengt altijd eenige hardheid en ondui-
6