Boekgegevens
Titel: Nederlandsche spraakkunst: ingerigt naar de behoefte van onzen tijd
Auteur: Maas, J.P. van der
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1855
Opmerking: 1. Zinsontleding. 2. Woordgronding. 3. Spelling en uitspraak. 4. Woordvoeging. 5. Zinscheiding
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 94-93
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204217
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche spraakkunst: ingerigt naar de behoefte van onzen tijd
Vorige scan Volgende scanScanned page
7. De mensch alleea kau spreken, dat is: hij kan
zijne gedachten aan andere menschen mededeelen.
8. Wanneer de mensch zijne gedachten aan an-
deren mededeelt, moet liij de namen der din-
gen kennen en 2" daarvan iets zeggen. Kan hij
niet spreken, dan maakt hij zijne gedachten door
gebaren bekend; bij afwezigheid door schrijven.
9. Alle menschen kunnen elkander niet verstaan,
omdat ieder volk andere klanken in de benamin-
gen der voorwerpen geeft; maar wanneer een geheel
volk dezelfde k anken doet hooren ten opzigte der
namen noemen wij dit taal.
10. Men geeft namen aan de voorwerpen om ze
van elkander te onderscheiden; zeg ik tafel, dan
weet men dadelijk wat ik bedoel.
11. liet is dus noodzakelijk zijne gedachten goed
en verstaanbaar uit te drukken.
12. De taal wordt verdeeld \n gevoel-, geboren-
en geluidtaal of spraak, welke laatste door ons be-
handeld zal worden. Ofschoon de spraak het vermo-
gen is om zijne gedachten uit te drukken, zoo wor-
den toch de verschillende werkingen onzer spraak-
deelen door eigenaardige teekens afgebeeld; in zooverre
heeten wij spraak ook wel eenvoudig taal.
13. Onze taal heet de Nederlandsche taal omdat
zij door Nederlanders gesproken wordt, even als de
Fransche taal door Franschen gesproken wordt.
14. Men noemt eene taal beschaafd, als de regels,
waaraan zij onderworpen is, opgespoord en beschre-
ven zijn , en wanneer het goed opgevoede volk zich
naar die beschrevene regels, zoowel in het spreken
als schrijven, rigt.
15. Eene taal is onbeschaafd, als men hare regels
nog niet heeft opgespoord, of wanneer men de regels
zijner taal niet kan verklaren , ofde veranderingen die
in haar voorkomen, niet weet te rangschikken.
16. Taalregels zijn voorschriften, welke men in
de vorming der woorden, in hare veranderingen
cn zamenvoegingen moet in ncht nemen, om vol-