Boekgegevens
Titel: Nederlandsche spraakkunst: ingerigt naar de behoefte van onzen tijd
Auteur: Maas, J.P. van der
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1855
Opmerking: 1. Zinsontleding. 2. Woordgronding. 3. Spelling en uitspraak. 4. Woordvoeging. 5. Zinscheiding
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 94-93
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204217
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche spraakkunst: ingerigt naar de behoefte van onzen tijd
Vorige scan Volgende scanScanned page
77
2', alsmede achter : zijn, vallen, hebben eii staan,
als daarmede eene mogelijkheid of noodzakelijkheid
wordt uitgedrukt.
3®. het voegwoord te wordt ook gebezigd, wan-
neer in het tweede zegwoord een verleden deelwoord,
hetzij in lijdenden, hetzij in bedrijvenden .vorm,
voorkomt.
achter het voorzetsel zonder wordt ook te ge-
bruikt.
5«. wanneer de onbepaalde wijs het onderwerp der
rede uitmaakt, gebruikt men ook te, als: het behage
u mij te hooren. In zegswijzen, als: hooren is beter
dan spreken, moet men de in onbepaalde wijs voor-
komende zegwoorden meer als zelfstandige naam-
woorden dan als zegwoorden beschouwen.
360. Die zegwoorden, welke de onbepaalde wijs
zonder te achter zich hebben, nemen in den vol-
strekt verleden- en tweeden betrekkelijk verleden tijd
de onbepaalde wijs in plaats van het verleden deel-
woord achter het hulpwoord, als: ik heb hem zien
rechten. Die zegwoorden , welke de onbepaalde wijs
met te achter zich ontvangen, behouden in de ge-
noemde lijden de gewone wijze van vei-voeging, als:
men heeft mij bevolen, m dit te overhandigen.
Op dezen regel zijn de volgende uitzonderingen:
1«. komen in den zin van gebeuren;
2". staan, liggen, en zitten worden in deze tijden
op denzelfde wijze vervoegd als de zegwoorden , welke
de onbep. wijs zonder te achter zich hebben, als:
ik heb staan wachten.
361. Men gebruikt het woordje om ten einde het
oogmerk of de beweegreden der handeling nader te
doen blijken, bijv: alleen om u te zien ben ik hier
aangekomen. Men moet zich wachten voor het over-
tollig gebruik van dat woordje.
362. Een zelfst. n.w. kan op tweederlei wijze met
een zegwoord verbonden worden, ten eerste wanneer
het zelfst. n.w. handelt, bijv: de klok slaat-, de jon-
gen wordt geslagen; en ten tweede, wanneer het