Boekgegevens
Titel: Nederlandsche spraakkunst: ingerigt naar de behoefte van onzen tijd
Auteur: Maas, J.P. van der
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1855
Opmerking: 1. Zinsontleding. 2. Woordgronding. 3. Spelling en uitspraak. 4. Woordvoeging. 5. Zinscheiding
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 94-93
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204217
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche spraakkunst: ingerigt naar de behoefte van onzen tijd
Vorige scan Volgende scanScanned page
7(?
356. l)e verbinding van twee zegwoorden, van
welke het eene ter nadere bepaling van het andere
dient, geschiedt door het nader bepalend zegwoord
in de onbepaalde wijs met of zonder te achter het
laatste te plaatsen.
357. Met de onbepaalde wijs zonder te worden ver-
bonden :
1«. die zegwoorden, welke eene omstandigheid aan-
duiden , die tot elk bedrijf betrekkelijk kunnen gemaakt
worden, terwijl de handeling zelve door de onbe-
paalde wijs wordt uitgedrukt, als: durven, kunnen,
laten, moeten, mogen, willen, zullen en blijven; ach-
ter durven plaatst men ook wel te; achter blijven
in den zin van overig zijn volgt te.
2". eenige zegwoorden , waarbij de onbepaalde wijs
de plaats van een zelfst. n.w. bekleedt, zoo als: voe-
len , helpen, hooren, leeren, zien, noemen en heeten in
de beteekenis van noemen, want in den zin van be-
velen heeft het de onbepaalde wijs met/e achter zich.
3«. achter de zegwoorden gaan, komen en vinden
plaatst men de onbepaalde wijs zonder te.
358. Daar onze zegwoorden eigenlijk geen lijdenden
vorm hebben, maar deze alleen door middel der
hulpwoorden verkrijgen, zoo wordt de onbepaalde
wijs zoowel in een lijdenden als bedrijvenden zin
bij ons gebezigd, dus kan: ik zie hem slaan, zoo-
wel beteekenen: ik zie, dat hij slaat, als: ik zie
dat hij geslagen wordt. Om de dubbelzinnigheid,
welke hieruit zou kunnen voortspruiten te vermijden ,
moet men door omschrijving, of op eenige andere
wijze dit trachten te voorkomen.
359. Men moet te gebruiken achter die zegwoorden,
als de onbepaalde wijs een voorwerp der handeling
aanduidt, als:
1". achter de zegwoorden: begeeren, verlangen,
wenschen, hopen, denken, (voornemens zijn), trach-
ten, zien, [trachten), pogen, bereid zijn, genegen
zijn, gezind zijn , verpligt zijn, bevelen, gelasten,
heeten, [bevelen], verbieden, gebieden, enz.