Boekgegevens
Titel: Nederlandsche spraakkunst: ingerigt naar de behoefte van onzen tijd
Auteur: Maas, J.P. van der
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1855
Opmerking: 1. Zinsontleding. 2. Woordgronding. 3. Spelling en uitspraak. 4. Woordvoeging. 5. Zinscheiding
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 94-93
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204217
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche spraakkunst: ingerigt naar de behoefte van onzen tijd
Vorige scan Volgende scanScanned page
74
het zegwoord in den tweeden persoon , vau het meer-
voud , als: hij en gij, of gij en hij zijt daarvan ge-
tuigen geweest.
Over de wijzen.
347. De onbepaalde wijs der zegwoorden , welke eene
liandeling zonder bepaling van persoon voorstelt,
wordt ook dikwerf als een zelfstandig naamwoord
met en zonder lidwoord gebezigd, als: het rusten is
eene verpoozing van den arbeid; echter is de onbe-
paalde wijs als zelfstandig gebruikt gewoonlijk uit-
gebreider van beteekenis dan het daarmede overeen-
komende zelfstandig naamwoord.
34S. De aantoonende wijs Avordt gebruikt om iets
stelligs en zekers uit te drukken. Na de voegwoorden
07ndat, zoodat, tcant, naardien, dewijl, en vele an-
deren volgt dc aantoonende wijs.
349. De aanvoegende wijs wordt gebruikt om iets
twijfelachtigs of onzekers uit te drukken. Na de
voegwoorden mits, tenzij, ten einde en opdat volgt
de aanvoegende wijs.
350. Het zou eene groote dwaling zijn tc beweren
dat de voegwoorden, dc aantoonende of aanvoegende
wijze regeren. Evenmin toch is de naamval afhan-
kelijk v:in de beheersching, die het eene woord over
het andere zou uitoefenen, liet Nederlandsch heelt
weinig op, met het gebruik der aanvoegende wijs in
ondeigeschikte zinsneden; het behoudt die vormen
slechts daar, waar ze volstrekt noodzaktilijk zijn.
.'Ï5I. Dc gebiedende wijs wordt niet alleen ge-
bruikt om iets te bevelen, maar ook om op te
wekken, te vermanen, te verzoeken of te i)iddcn,
als: hoor toe! Geef, o God! 07is uwen zegen. Ook
bedient men zich van deze wijze, om een mogelijk
geval verkort uit te drukken.
Over de tijden.
352. De tijden worden, vooral in den dagelijks
schen spreektrant wel eens met elkander verwisseld,
zoo gebruikt men den tegenwoordigen tijd voor den