Boekgegevens
Titel: Nederlandsche spraakkunst: ingerigt naar de behoefte van onzen tijd
Auteur: Maas, J.P. van der
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1855
Opmerking: 1. Zinsontleding. 2. Woordgronding. 3. Spelling en uitspraak. 4. Woordvoeging. 5. Zinscheiding
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 94-93
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204217
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche spraakkunst: ingerigt naar de behoefte van onzen tijd
Vorige scan Volgende scanScanned page
71
wordt, als: ik heb heden denzeljden man gezien,
welken wij gistere^i ontmoetten. Soms plaatst men tot
meerderen nadruk vóór dit aanwijzend voornaam-
woord even of een, als: hij is nog even de zelfde
man. Ook wordt dit voornaamwoord wel onder
zelfstandig naamwoord gebruikt, als: zij is nog
dezelfde als vroeger.
3-32. Do betrekkelijke voornaamwoorden komen met
het zelfstandig naamwoord, waarop zij betrekking
hebben, in geslacht en getal overeen, maardenaam-
val verschilt, als: de dien ik ontvangen heb,
is een mooi boek. Heelt het voornaamwoord ]>etrek-
king op twee of meer zelfstandige n.w. dan Avordt
het meervoud gebezigd, als: de achting, toejuiching
en het vertrouwen, welke hun ten deele vielen, en
niet hetwelk hun ten dcele viel.
333 Wanneer het betrekkelijk voornaamwoord naar
eene geheele rede teruggevoerd wordt, komt ergeene
bepaling van geslacht te pas, en alsdan Avordt het
voornaamwoord in het onzijdige geslacht gesteld , als:
uw vriend heeft mij met groote erkentelijkheid ont-
vangen , hetwelk mij bijzonder verwonderd heeft.
334. Is het betrekkelijk voornaamwoord te ver van
het zelfstandig naamwoord verwijderd, dan herhaalt
men, om alle duisterheid te vermijden, het zelfstan-
dig naamwoord, als: de meester had den leerlin-
gen eene taak opgegeven, die zij gedurende den tijd
van uitspanjiing moesten afwerken; welke taak zij,
bij hunne terugkomst voltooid, medebragten.
335. Achter de persoonlijke voornaamAVOorden Avordt
die geAvoonlijk in den eersten naamval gebruikt,
als: hij, die mijn vriend wil zijn, In de overige
naamvallen is wie of welke verkieselijker, als: hij,
wien ik mijn leven te danken heb,
336. Die of dat^ betrekking hebbende op wie of
wat wordt veelal weggelaten, als: wie iets leeren
wil, moet vlijtig en oplettend zijn. Spreekt men met na-
druk, of in verbogen naamvallen, dan kan het niet
Avegblijven , als : wie mij iets te zeggen heeft, die spreke.