Boekgegevens
Titel: Nederlandsche spraakkunst: ingerigt naar de behoefte van onzen tijd
Auteur: Maas, J.P. van der
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1855
Opmerking: 1. Zinsontleding. 2. Woordgronding. 3. Spelling en uitspraak. 4. Woordvoeging. 5. Zinscheiding
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 94-93
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204217
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche spraakkunst: ingerigt naar de behoefte van onzen tijd
Vorige scan Volgende scanScanned page
67
311. Achter den vergrootenden trap, woidt dan
gevoegd en niet als, bijv.: Piet is grooter dan Jan,
maar Jan is zoo groot als Hein,
312. BijvoegeJijke naamwoorden gebezigd als bij-
woorden , moeten onverbogen, zonder e geschreven
worden, terwijl het plaatsen van eene eden zin eene
geheel andere beteekenis geeft, als: de onbekend rei-
zende vorst en de onbekende reizende vorst.
313. De overtreffende trap heeft den tweeden naam-
val, of eene bepaling met eene der voorzetsels van,
uit of onder bij zich, ais: de grootste van de stad,
de geleerdste uit Europa, de voornaamste onder de
menschen.
De voornaamwoorden en hunne verbinding
met andere woorden.
De zelfstandige of persoonlijke voornaamwoorden.
314. liet zelfstandig naamwoord komt met het
persoonlijk voorn.w. in getal en naamval overeen;
gij bemint hem, dien ouden grijsaard; soms gebeurt
het wel dat een zelfst. n.w. ter nadere verklaring
bij de persoonlijke voorn.w. gevoegd wordt, als: tvij
grondeigenaars dezer perceelen, soms staat het pers.
v.n.w. achter het zelfst. n.w., de gehoorzame Karei,
hij, die zooveel lust in het leeren vond, is gestorven.
Als eene soort van eigennamen dulden zij geen lid-
woord voor zich.
315. Het voornaamwoord van den derden persoon
"wordt eigenlijk als betrekkelijk gebezigd, dewijl het
altijd op iets betrekking heeft, dat te vorengenoemd
is, of als bekend ondersteld wordt. Wordt de naam
van eeuen persoon of van eene zaak genoemd , dan
valt het voornaamwoord meestal geheel weg, als:
zij uwe zuster-, hetgeen tot bevordering van duide-
lijkheid of nadruk behouden blijft.
316. Het voornaamwoord van den derden persoon
volgt gewoonlijk het geslacht der voorwerpen waar-
toe het betrekking heeft, niet dat der woorden , waar-
door die voorwerpen worden aangeduid als: zijne
5 *