Boekgegevens
Titel: Nederlandsche spraakkunst: ingerigt naar de behoefte van onzen tijd
Auteur: Maas, J.P. van der
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1855
Opmerking: 1. Zinsontleding. 2. Woordgronding. 3. Spelling en uitspraak. 4. Woordvoeging. 5. Zinscheiding
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 94-93
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204217
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche spraakkunst: ingerigt naar de behoefte van onzen tijd
Vorige scan Volgende scanScanned page
66
ter de zelfst, n.w. staan, dan worden zij niet verbo
gen, als: loij bewonderen in Maurits eenen held, even
moedig als dapper. Achter de woorden zijn, toorden ,
blijven, schijnen en heeten blijven zij onveranderd.
305. De bijvoeg, n.w. kunnen in twee gevallen
zonder zelfst. n.w. gebruikt worden :
Ie, als zij tot een voorafgaand of volgend z.n.w,
in betrekking staan, als: Fransche wijnen en geen
Spaansche ;
Avanneer het zelfst, n.w. verzwegen wordt,
doch gemakkelijk begrepen kan worden, als: den
achtsten dezer maand.
306. Een bijv. n.w, kan dikwerf bij twee zelfst.
n.w. gevoegd worden , als : heerlijke en sappige vruch-
ten-, maar men moet hier acht geven hetgeen in ^296
gezegd wordt, als: de brave man en het brave kind.
307. Door het laatste zelfst. n.w. wordt het geslacht
der zamengestelde bepaald, en hiernaar regelt zich
ook het bijv. n.woord; de bekioame zeehandelaar.
Het gol)ruik heeft in sommige gevallen te dien op-
zigte eene uilzondering gemaakt, als: een stalenpen-
, welk gezegde volgens den aard onzer taal,
zou moeten l)eteekenen een pennenmakor, die van
staal is j om nu de dubbelzinnigheid te vermijden,
plaatst men een dwarsstreepje tusschen het bijvoegelijk
en zamengesteld zelfst. n.w. als: zijden-kousenwever.
308. Wanneer een zelfst. n.w. ter nadere verkla-
ring bij een ander gevoegd wordt, dan volgt het bijv.
n.w. het geslacht van het ter opheldering dienend
zelfst. n.w , als: het ijzer, het nuttigste der metalen.
309. Het bijvoegelijk naamw. wordt van het zelfst.
n.w. gescheiden, wanneer dit nog een ander bijv.
n.w. met bepaling bij zich heeft, als: de vrolijke met
om inwonende jongen. Voor de welluidendheid is
deze wijze niet verkieselijk.
310. De bijv. n,w., welke maat, gewigt, ouder-
dom en Ivaarde beteekenen, komen meestal met hunne
zelfst. n.w. in den vierden naamval, als: een gul-
den waardig, eenen dag oud.