Boekgegevens
Titel: Nederlandsche spraakkunst: ingerigt naar de behoefte van onzen tijd
Auteur: Maas, J.P. van der
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1855
Opmerking: 1. Zinsontleding. 2. Woordgronding. 3. Spelling en uitspraak. 4. Woordvoeging. 5. Zinscheiding
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 94-93
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204217
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche spraakkunst: ingerigt naar de behoefte van onzen tijd
Vorige scan Volgende scanScanned page
01
e eindigen, nemen in de drie personen van het
enkelvoud twee e; bijv. van lezen, komt: ik lees,
gij leest, hij leest,
282. De enkele o Avordt gebruikt:
Ie. in alle on^elijkvloeijende zegwoorden , waarin de
O door verandering van wortelklinker is ingelijfd,
bedriegen, bedrogen. Koopen, loopen en stooten
zijn hiervan uitgezonderd.
2®. in die woorden, waarin de o met ewverwisseld
kan worden, logen, leugen, koning, keuning.
alle woorden waarin de o verscherping of ver-
korting duldtj boter, botter; schotel, schottel.
4°. het meervoud van die woorden, welke in het
enkelvoud de scherp korte o hebben.
5®. in langstaartige zegwoorden, welke nu meestal
eu hebben, als: popelen, protelen. Uitgezonderd
noodigen, tooveren.
in woorden van vreemden oorsprong; als: mode,
koper (metaal,) toren. Uitgezonderd toonen, kroo-
nen en troonen.
283. De dubbele o wordt gebruikt:
1". in het enkelvoud dier woorden, waarin anders
de klank der o zou verloren gaanj roos, rozen; pool,
polen, enz. In den eersten, tweeden en derden per-
soon van het enkelvoud en den tweeden van het
meervoud van de tijden der aantoonende wijs blijft
de 00; bijv.: ik schoof, gij looft, hij bood.
2^. woorden die in het Hoogduitsch au en in het
Engelscheaheiïben, bijvoorbeeld; boom, stroom, doo-
ve, enz.
284. De woorden, welke op ie eindigen eii door
het achtervoegsel sch tot bijvoegelijke naamw. gevormd
worden, verliezen de e en de «blijft lang, bijvoorb.:
Israëlitisch, Moskovisch.
285. 3Iet ei schrijve men:
Ie. de meeste gelijkvloeijende zegwoorden, als:
reizen, arbeiden. Hiervan zijn uitgezonderd de zeg-
woorden: gijzelen, kastijdeyi, kwijnen, mijmeren, po-
lijsten , zijpelen.