Boekgegevens
Titel: Nederlandsche spraakkunst: ingerigt naar de behoefte van onzen tijd
Auteur: Maas, J.P. van der
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1855
Opmerking: 1. Zinsontleding. 2. Woordgronding. 3. Spelling en uitspraak. 4. Woordvoeging. 5. Zinscheiding
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 94-93
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204217
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche spraakkunst: ingerigt naar de behoefte van onzen tijd
Vorige scan Volgende scanScanned page
60
Eene lettergreep mag niet op ij eindigen, indien
deze van andere klinkletters wordt voorafgegaan.
Eigennamen maken hierop eene uitzondering. Men
moet dus schrijven: mooi, Mei.
Een meervoud zelfst. n.w. eindigt op s of w.
279. Eindigt een woord op sch voorafgegaan door
een korten klank, dan moet jnen de s verdubbelen;
bijv: bosch, bosschen. De uitgang achtig is hiervan
uitgezonderd.
Eindigt een woord op sch voorafgegaan door een
langen klank, dan wordt de s niet verdubbeld.
280. Eene lettergreep kan op ee en oo eindigen.
Men gebruikt de enkele e in:
1«. in ongelijkvloeijende zegwoorden; als: lezen,
treden,
2®. in langstaartige zegwoorden, d.i,, die twee kor-
te lettergrepen op het einde hebben; als: bedelen,
verdedigen; uitgezonderd die, welke van een naam-
woord gemaakt worden, beleedigen, enz.
in woorden, waarin de e verkorting of verscher-
ping duldt; eve7i, [effen); heten, [hetting\
4®. in het meervoud van woorden , die in het en-
kelvoud op heid eindigen , als goedheden van goed-
heid.
in die Avoorden , waarin de e in de volkstaal
dikwerf met eii verAvisseld wordt, als: spelen,
(spelden),
in zegwoorden met den basterduitgang eren,
als: regeren, tvaarderen.
7®, in woorden van vreemden oorsprong, zoo als;
kemel, regel, peper.
281. Be dubbele e wordt gebruikt:
I®. in woorden , die ook wel met ei of ie verwis-
seld kunnen worden, als: steenen, beenen, ge-
meene,
2®. in woorden, die op eel in het enkelvoud eindi-
gen, als: juweelen, kasteelen; behalve kele, gele,
vele , verschelen.
3®. die zegwoorden welke in de onbepaalde wijs op