Boekgegevens
Titel: Nederlandsche spraakkunst: ingerigt naar de behoefte van onzen tijd
Auteur: Maas, J.P. van der
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1855
Opmerking: 1. Zinsontleding. 2. Woordgronding. 3. Spelling en uitspraak. 4. Woordvoeging. 5. Zinscheiding
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 94-93
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204217
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche spraakkunst: ingerigt naar de behoefte van onzen tijd
Vorige scan Volgende scanScanned page
57
9. Ocer de voorzetsels.
251. Voorzetsels duiden de omstandigheden ol be-
trekkingen aan tusscheii de naamwoorden of lusschen
de naamwoorden en zegwoorden. Men heelt scheid-
bare en onscheidbare voorzetsels, naardat zij al of
niet van het zegwoord gescheiden worden.
252. Scheidbaar zijn: aan, in, door, met, enz.;
onscheidbaar: be, ont, ant, enz.
Men kan vernemen of een voorzetsel scheidbaar is
door den nadruk.
233. Tot de voorzetsels behooren: in, uit, bij,
door, om, onder , boven, beneden, tegen, voor, ach-
ter, van, aan, enz.
254. Men heeft ook zamengestelde uitdrukkingen,
als voorzetsels , dat wil zeggen als bijwoorden met eene
bepaling, zoo als: tot aan, tot aan toe, van achter,
van wege, uit kracht van, ter zake van, uit hoofde van,
ten gevolge van, hij gebrek van, naar gelang van.
10. Over de voegtooorden.
255. Voegwoorden verbinden den eenen zin aan den
anderen , of duiden de betrekking aan van den eenen
zin op den anderen; als: en, ook, dat, omdat, schoon,
dewijl, enz.
256. Er zijn verschillende soorten van voegwoor-
den , als:
1. verbindende, als: en, insgelijks, nog, ook.
2. oogmerk aanduidende, als: ten einde , opdat.
3. vergelijkende, als: gelijk, zoo als.
4. verklarende, als: dat is, als, namelijk.
5. besluitende , als : mitsdien , derhalve.
R. redegevende, als : omdat, dewijl.
1. rede voortzettende, als: ten eerste, voorts.
8. vragende, als: hoe, of.
9. voorwaardelijke , als: indien, ten zij , ten ware.
10. toegevende , als : ofschoon, hoewel, toch.
11. tegenstellende, als: evenwel, nogtans, maar.
12. uitsluitende, als: uitgezonderd, behalve.
13. tijdsbepaling aanwijzende, als: Sondra,als, inmiddels.