Boekgegevens
Titel: Nederlandsche spraakkunst: ingerigt naar de behoefte van onzen tijd
Auteur: Maas, J.P. van der
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1855
Opmerking: 1. Zinsontleding. 2. Woordgronding. 3. Spelling en uitspraak. 4. Woordvoeging. 5. Zinscheiding
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 94-93
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204217
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche spraakkunst: ingerigt naar de behoefte van onzen tijd
Vorige scan Volgende scanScanned page
18
238. Vormen als: gezien hebbende, gezien zijnde^
bestraft wordende, enz., behooren niet tot de Noder-
landsche taal.
7. Over de telwoorden.
239. De tehvoorden dienen oin de hoeveelheid der
dingen uit te drukken. Dit aanduiden kan zijn be-
paald of onbepaald (algemeen.)
240. De bepaalde telwoorden duiden eene bepaalde
hoeveelheid aan^ als: zes, negen, vijf en twintig, cm.
241. De onbepaalde telwoorden drukken eene onbe-
paalde hoeveelheid uit, als: alle, elk, menig, veel, guz.
242. De bepaalde en onbepaalde telwoorden, als be-
namingen van hoeveelheid, mogen niet verbogen
worden.
8. Over de bijwoorden,
243. Bijwoorden drukken de hoedanigheid of om-
standigheid der zegwoorden uit; bijv,: schielijk loo-
pen , lang wachten.
244. Vele bijvoegelijke naamwoorden kunnen als
bijwoorden gebruikt worden : hij schrijft fraai.
245. Twee of meer bijwoorden worden dikwijls
hij elkander gevoegd en dan bepaalt het een net
ander; daar boven, hier beneden, bijna geheel vier-
kant.
246. De bijw^oorden zijn verschillend in beteeke-
nis cn kunnen in vele soorten verdeeld worden, als :
1. van tijd, als: vroeg, laat, heden.
2. van plaats, als: hier, elders,
3. van hoedanigheid, als: wel, goed, heerlijk.
4. van hoeveelheid, aU: veel, groot, klein, weinig.
5. van bevestiging, als: gewis, zeker.
6. van ontkenning, als: niet, geenszins, neen.
7. van twijfeling, als.* tvelligt, mogelijk,
8. van aansporing, als : welaan voorwaarts.
9. van verzameling, als: tevens, zamen,
10. van afzondering, als: alleen, iti zonder heid.
11. van vergelijking, als: als, even, gelijk,
12. van vermindering, als: echter, naanwelijks.